home
agenda en tips
redactie
uitgeverij
links

(over) literatuur:
literatuur
recensies
tweedehands boeken

(over) veganisme:
veganisme FAQ
recepten
uit het nieuws
achtergronden bij uit het nieuws
schoenen

weblogs:
balthasarsblog
haasblog
mirjamsblog
mopperblog
nielsblog

mirjamsschrijfsels:
artikelen
columns
recensies
boek

andermensschrijfsels:
joop boer

andere projecten van (medewerkers van) De Zeepkist :
www.nielsdebeer.nl
www.voedselencyclopedie.nl www.leefbarewereld.nl

onderwerpen balthasarsblog:
Bidden
Meneer Pos
Buurman
Bobby
U hebt gestemd
Verval 5 - plus
Verval 5
Sternstunde
Watjes
Duivelsberg
Pittig memo
Na de storm
Mens, durf te leven!
Strawberry Fields Forever

1ste kwart 2008
4de kwart 2007
jul/aug/sep 2007
apr/mei/jun 2007
ja/fe/ma 2007
okt/nov/dec 2006
aug/sep 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
2005

balthasarsblog januari, februari, maart 2007



29 maart 2007
Bidden

* Eens in de zoveel weken staat er hier zaterdags op de markt een zelfgepunnikt kraampje met lieden die het slechtste in mij bovenroepen. Daar kan het kraampje uiteraard niks aan doen (hoewel ik daar soms ook aan twijfel), maar de lieden des te meer. Meestal zijn het – ja, ik kan het ook niet helpen, maar ik verzin het niet – vrouwen met knotjes en mannen met baarden op sandalen. Tot zover geen probleem - vrijheid blijheid, net wat u zegt, en zelf zie ik er ook wel eens betwistbaar uit als ik me in de tuin in het zweet aan het werken ben. Behalve dan dat deze lieden felgekleurde hesjes dragen met daarop de tekst: ‘Mag ik voor u bidden?’
* Proeft u even mee: ‘MAG IK VOOR U BIDDEN?’ Dat is wel zó pedant, zó beterweterig, zó overtuigd van uitverkorenheid en eigen heiligheid, zó kleinerend, zó kleingelovig, ja, zó farizeïsch en zó bekrompen! Zonder mij bent u verloren, o zondaar-zielepoot-onnozelaar, reddeloos, wat een geluk dat ik nog wat tijd overheb om u te helpen (want zelf ben ik natuurlijk al uitverkoren, zietuwel wat een heilig boontje ik ben?), u te redden van geestelijke nood en zwart verderf, wat wil ik u graag helpen o ongelukkige, laat mij u toch helpen, zeg mij dat ik voor u bidden mag!
* En het volstaat die lieden niet om de kwetsende tekst van dat hesje uit te dragen, ze komen ook op je af en lopen met je mee: ‘Ik mag u wel iets vragen, hè?’ In dat gedrag doen ze niet onder voor de zaterdagstudenten die je in alle binnensteden hinderlijk lastig vallen voor de vogelbescherming, de beverbescherming, de waddenbescherming, de gevangenenbescherming, de cliniclowns, het circusdier, de bedreigde pad en de ongetrainde blindengeleidehond. Maar er is en blijft één groot verschil, de vermeende superioriteit van hun handel: mag ik u iets geven, u helpen, mag ik voor u bidden? Ze doen net of jij niets voor hen hoeft te doen, maar of zij iets voor jou doen. Maar waarom vrágen ze je dat dan? Ga dan toch lekker dag en nacht in stilte en donkerte zitten ‘bidden’ voor balthasar en zijn blogje, maar val mij er niet mee lastig.
* ‘Mag ik voor u bidden?’ getuigt van een grenzeloos gebrek aan respect voor die ander, zijn opvattingen, zijn gedrag, zijn ideeën, zijn cultuur, zijn zelfstandigheid, zijn eigenheid. En het zou nog te dragen zijn als ze tevreden waren met het antwoord ‘Nee!’ op hun impertinente vraag. Maar niks hoor: ‘En waarom dan niet als ik u bidden mag?’ De volgende keer zeg ik: leest u daarvoor de balthasarsblog van 29 maart 2007 eerst maar eens. EN LAAT HET DAARBIJ, of ga iets nuttigs doen als u toch tijd teveel hebt. Verlamde oude mensen wassen bij voorbeeld, als zuster Immaculata. Of bidden voor uw eigen redding, maar laat míj in godsnaam in mijn eigen sop gaarkoken ja!
* En lees nu voor straf, zal ik hem of haar als penitentie toevoegen, de hele bundel gedichten ‘Het zingend hart’ (1973) van Gerard Reve. En als ik u weer eens tegen het lijf loop, overhoor ik u allereerst het gedicht “Roeping’ daaruit, dat zal u leren!

ROEPING

(Voor de
Zusters van Liefde, te Weert)

Zuster Immaculata die al vier en dertig jaar
verlamde oude mensen wast, in bed verschoont,
en eten voert,
zal nooit haar naam vermeld zien.
Maar elke ongewassen aap die met een bord: dat hij
vóór dit, of tegen dat is, het verkeer verspert,
ziet ’s avonds reeds zijn smoel op de tee vee.
Toch goed dat er een God is.


naar boven

20 maart 2007
Meneer Pos

* ‘Wel veel droevige en zwaarmoedige berichten de laatste tijd, B, kan dat niet eens anders?’ vond ik in m’n mailbox. – Ja, natuurlijk kan dat anders: als de omstandigheden maar anders zijn!
* Zoals vandaag, toen wij eindelijk weer eens een oefenwandeltochtje ondernamen. In de omgeving van de Posbank, tussen Rheden en Dieren. Om bloeiende gaspeldoorn te gaan zien. Maar niet heus: wij gingen natuurlijk gewoon een potje wandelen, een nieuwe route uitproberen, en wat zien we daar volop aan de rand van de heide bloeien? Brem! Dachten we. Maar dat bleek dus gaspeldoorn te zijn. Zoals ik ontdekte in het nieuwe bezoekerscentrum van Natuurmonumenten in Rheden, want de gaspeldoorn kende ik (nog) niet uit mezelf. Die lijkt op brem, las ik daar, en kan al bloeien terwijl de sneeuw nog op de takken ligt! Wie had dat gedacht van de gaspeldoorn?!
* Dat nieuwe bezoekerscentrum is werkelijk nieuw, zo nieuw dat ze de lampen in het horecadeel nog aan het ophangen waren terwijl wij er een kopje soep probeerden te nuttigen – want ook daar gaat de verkoop tijdens de vernieuwbouw gewoon door. Grote stofzuigers versperden de weg naar de toog waar allerlei heerlijks uitgestald lag als bij het echte La Place van V&D. Tantalus revisited, dat komt dus wel goed daar. - En ook voor het overige ziet het gebouw (de gebouwen, de inrichting, de directe omgeving, de barman-met-rode-sloof!) er als een snoepje uit. Het ruikt er heerlijk naar vers verwerkt hout, en kinderen worden er als serieuze bezoekers beschouwd. Gaat dat zien! Het is slechts tien minuten lopen vanaf station Rheden, en je kunt er in de omgeving verbijsterend fraai wandelen. Aan de voorkant van het centrum hebben ze bovendien alvast een hemels terras uitgezet, in afwachting van beter maarts weer.
* Een van de rondwandelingen vanaf het bezoekerscentrum (de ‘zwarte-pijlen-route’) gaat klimmend en dalend, in grote bogen, door bos en door heide. 6 kilometer schoonheid, een hijgpad, weidsheid, een en al bonus, als cadeautje verpakt. En toch ook weer anders dan de ‘bekende’ wandelingen over de Veluwezoom – topwandelgebied van Nederland, waar je n’import welke gasten mee naartoe kunt nemen om ze te plezieren, met herhalingsgarantie. Maar vertel dit niet verder. Beschouw dit stukje als folderpraat waar je niet al te veel geloof aan moet hechten. Het zou er maar te druk worden, daar rond de Posbank. Alsof het elke dag weekend is, en iedereen altijd maar vrij heeft. Een aards paradijs van vóór de zondeval, om de gelovigen onder ons ook eens aan te moedigen.
* Enkele van de uitgezette paaltjes- en pijlenroutes lopen welhaast onvermijdelijk via de Posbank zelf. Nou ja, Posbank, ik bedoel het centrale uitzichtspunt met het monument voor meneer Pos, grondlegger van de ANWB, die Nederland met het fenomeen ‘mooi landschap’ in contact wilde brengen. Pal ernaast rijdt koningin Juliana op haar omafiets (met een vrije bagagedrager voor fotolustigen) weg van het Prachtige Posbank-Paviljoen van Natuurmonumenten. Alleen daarvoor al moet je eenmaal in je leven naar de Posbank geweest zijn. Lekkerder dan Campari. En een stuk gezonder.
* Zo, dat was een stuk vrolijker dan enkele vorige keren, niet? En ook nog korter. En dan het gedicht, ook dat is kort, wat zeg ik, zeer kort. Maar lang genoeg om je aan het denken te zetten, míj tenminste wel… Het is van Gerrit Krol, het komt uit de bundel ‘Polaroid’ (1976), en ik trof het aan in de bloemlezing ‘Lees nog eens een gedicht’ (Vroom & Dreesmann, 1977).

OVER DE BOSSEN BIJ HOOGHALEN

Over de bossen bij Hooghalen – dat is ook iets waar je
niet over schrijven kan,
tenminste niet als je er geweest bent.

(Over de kracht van weemoed.)


naar boven

18 maart 2007
Buurman

* Bouw heet ie, een ietwat ouwelijke stille man van 67. Dagelijks driemaal met het hondje op stap, en van dinsdag tot en met donderdag in het uniform van de alternatieve postbezorger-met-eigen-auto. Ik heb een groet-contact met hem, en twee keer per jaar komen we bij elkaar over de vloer. Port drinkt ie dan, in een onverwacht tempo. En ook de woorden vloeien dan wat vlotter, wat het dialect er niet verstaanbaarder op maakt. Gewoon een aardige man dus, weinig spatsies, nooit last mee. En behulpzaam als het zo uitkomt. De betere buurman, zal ik maar zeggen.
* Zaterdag om twaalf uur trof ik hem aan de reparatie van het hekwerkje rond zijn voortuin. Dat was twee weken eerder in nachtelijke uren in het ongerede geraakt door een autoschuiver. Zegt Bouw uit zichzelf: ‘De dader heeft zich gemeld, en zal de schade betalen. Hij moest uitwijken voor een overstekende kat. Kan gebeuren.’ / ‘En gelukkig beschik jij over de juiste spullen, mooie lange waterpas trouwens!’ / ‘Ja, het luistert nauw he. Zulke dingen moet je niet aan anderen overlaten, dat wordt niks.’ / ‘Nou Bouw, ik hoop dat wij binnenkort onze voortuin ook weer eens een beetje kunnen fatsoeneren – tenslotte is het jullie uitzicht. Maar nu nog even niet, want we zitten allebei nog een beetje in de lappenmand.’
* ‘Toch niks ernstigs, hoop ik?’ / ‘Valt wel mee hoor. Beetje last van m’n rug, en M d’r griep neemt meer tijd dan haar lief is. Komt wel goed allemaal.’ / ‘Zeg, nou ik je toch spreek, ik zit ook een beetje in de lappenmand. Prostaatkanker, en d’r is niks meer aan te doen.’
* Ik stap van m’n fiets met volle boodschappentassen en stamel: ‘Prostaatkanker, Bouw? En wat gaan ze d’r aan doen?’ / ‘Nou, wat ik zeg, het is helemaal uitgezaaid, en ze kunnen er niks meer aan doen.’ / ‘Bestralingen dan misschien? Medicijnen? God Bouw, wat schrik ik hiervan. Wat erg voor je.’ / ‘Ja, ik heb wel medicijnen, en die werken goed. Nou ja, ik voel me goed.’ / ‘En hoe ziet de toekomst er dan uit, Bouw? God, ik wou dat ik iets voor je kon doen.’ / ‘Ja, tussen de één en vijftien jaar zeggen ze. Dus ik kan nog 82 worden. Maar het kan ook zomaar afgelopen zijn.’ / ‘En hoe sta je nou in het leven Bouw? Denk je er de hele dag aan? Want jij bent toch ook een beetje een tobberd, is het niet?’ / ‘Ja, ik ben nogal zwaarmoedig ja. Maar het gekke is, het zit wel in m’n hoofd, hier ergens achter, maar ik denk er niet de hele dag aan. Ja, het is natuurlijk wel rot. Maar je gaat ineens heel anders tegen het leven aankijken he. Tja, ik sta zelf ook ’n beetje te kijken van m’n eigen.’
* ‘En J, hoe is die er onder? Flink geschrokken zeker, en de kinderen?!’ / ‘Ja, heel erg geschrokken. J kan het wel aan denk ik, maar de kinderen…’ / ‘God Bouw, wat schrik ik hiervan. Ik hoop dat jullie het samen aankunnen. En als ik iets kan doen… Ja, je hebt er natuurlijk niks aan, maar toch moet je weten dat ik het heel erg vind, voor jou, voor jullie. Ik wens jullie werkelijk alle sterkte toe.’
* ‘Ja, bedankt B, ik dacht ik vertel het je maar even voordat je het van anderen moet horen. Want dat is ook niks natuurlijk. En de anderen hier weten het allemaal al. Vandaar.’ / ‘Nogmaals, alle sterkte Bouw. En J ook. En bedankt dat je het me hebt willen vertellen.’ / ‘Nou, jij ook bedankt.’
* De rest van de dag ben ik met Bouw bezig. Hij wil maar niet uit m’n kop met z’n prostaatkanker. Ik geloof nooit dat ik er zelf zo rustig onder zou kunnen zijn. Onder zo’n aangezegde dood. En wat er mogelijk allemaal aan vooraf zal gaan. Verval in het kwadraat, incontinentie, verpleeghuis, slangetjes, kasplant… ‘Ondraaglijk lijden, euthanasie, de pil van Drion, kwaliteit van leven, is that all there is?’ Het is de hele dag druk in m’n bovenkamer.
* ‘Zouden we iets voor Bouw kunnen doen?’ zeg ik tegen M. ‘Een vrolijk boek geven misschien, iets van Kees van Kooten bij voorbeeld.’ / ‘Zouden we daar nog maar niet even mee wachten B? Tot we er wat beter over hebben kunnen nadenken?’ / ‘Ja, dat is misschien wel zo, ja.’ – ’s Nachts droom ik een fijne voetbalwedstrijd van ons jongenscluppie EVV (Elf Vlugge Ventjes, door mijn oudere broers uiteraard verbasterd tot: Elf Vieze Ventjes). Na de winst zingen we uit volle borst: ‘En we hebben d’n beker, dat weten we zeker!’ – Bouw en ik zijn precies even oud.
* Het gedicht ‘De tuinman en de dood’ is van P.N. van Eyck, en komt uit de bundel ‘Herwaarts’ (1939). Ik ken het al vanaf m’n vijftiende, toen de dood nog heel ver weg was, en vond het toen nogal humoristisch…

DE TUINMAN EN DE DOOD

Van morgen ijlt mijn tuinman, wit van schrik,
Mijn woning in: ‘Heer, Heer, één ogenblik!

Ginds, in de rooshof, snoeide ik loot na loot,
Toen keek ik achter mij. Daar stond de Dood.

Ik schrok, en haastte mij langs de andere kant,
Maar zag nog juist de dreiging van zijn hand.

Meester, uw paard, en laat mij spoorslags gaan,
Voor de avond nog bereik ik Ispahaan!’ -

Van middag (lang reeds was hij heengespoed)
Heb ik in ’t cederpark de Dood ontmoet.

‘Waarom,’ zo vraag ik, want hij wacht en zwijgt,
‘Hebt gij van morgen vroeg mijn knecht gedreigd?’

Glimlachend antwoordt hij: ‘Geen dreiging was ‘t,
Waarvoor uw tuinman vlood. Ik was verrast,

Toen ‘k ’s morgens hier nog stil aan ’t werk zag staan,
Die ik ’s avonds halen moest in Ispahaan.’


naar boven

14 maart 2007
Bobby

* Natuurlijk weet ik hoe het op 5 juni 1968 met Robert F. Kennedy afliep. Dat weet iedereen, dus daarvoor hoef je niet naar de film ‘Bobby’. En toch… trof de moord op deze Amerikaanse presidentskandidaat me aan het einde van de film als een granaat midden in het gezicht.
* Daar ging de man die het verschil had kunnen maken, de senator ‘die het beste in mensen wakker wist te roepen’, zoals maar weinigen dat gekund hebben. Iemand schreef onlangs in een recensie: ‘Als je die film gezien hebt, ga je je inderdaad afvragen hoe de wereld er uitgezien zou hebben als die man niet vermoord was.’ Of in woorden van gelijke strekking. En ik kan ze onderschrijven, die woorden. De moordenaar van Bobby Kennedy heeft de wereld en de mensheid misschien wel een betere toekomst onthouden dan we gekregen hebben – fascinerende gedachte! Sirhan Bashira Sirhan (24) als regisserende God bij de gratie van de gezalfde Robert Kennedy (42).
* 1968 was in meerdere opzichten een historisch jaar: de oorlog in Vietnam, Martin Luther King vermoord, en Johan Cruyff getrouwd. Ik was 28 en moet er met mijn neus bovenop gestaan hebben. En was er toch ook weer niet helemaal bij. M. en ik verhuisden met onze twee piepjonge kinderen van een flatje naar een eengezins-nieuwbouwwoning met voor- en achtertuin(tje). Richard M. Nixon versloeg de democraat Hubert Humphrey met 43,4 tegen 42,7 procent van de stemmen, en begon van stonde af aan aan zijn eigen impeachment te bouwen. - Bij het doorbladeren van ‘Het aanzien van 1968’ (‘Jan Jansen formidabel tourwinnaar!’) begint het oude boek van krakkemikkigheid uit elkaar te vallen, nét op het moment dat de gebeurtenissen in mijn hoofd als puzzelstukjes op hun plaats lijken te vallen.
* Maar… waar ik toentertijd beslist geen puzzelstukje van had, en wat ik ook niet terug heb kunnen vinden in ‘Het aanzien van 1968 – twaalf maanden wereldnieuws in beeld’: dat milieuvervuiling en uitputting van de aarde een politiek issue van formaat dreigde te worden door toedoen van presidentskandidaat Robert F. Kennedy. (Let wel, dat is zo’n drie à vier jaar vóór het Rapport aan de Club van Rome!) In de film zit een campagnefragment van Bobby Kennedy in gesprek met heftig geïnteresseerde schoolkinderen: dat het met de aarde en het milieu de verkeerde kant opgaat, en wel door toedoen van de mens, máár… dat ‘we’ er wat tegen kunnen ‘ondernemen’, en dat hij dat als president beslist zou gaan aanpakken. - Het hele fragment zou zó op het conto van ex vice-president Al Gore geschreven kunnen worden (‘An inconvenient truth’). Maar dan wel zo’n 40 (veertig!) jaar later. - Ik geloof dat het woord ‘milieu’ als mondiaal begrip toen nét in onze media begon door te dringen (met dank aan D’66, als ik me niet vergis).
* Regisseur Emilio Estevez heeft er zeven jaar over gedaan om de film te maken. Het vlotte niet erg met het scenario, en nog minder met het geld. Maar uiteindelijk is het met de film allemaal goed gekomen, wat zeg ik, zéér goed. ‘Bobby’ is een schitterend en schrijnend tijdsbeeld, gespeeld door een sterrencast (o.a. Anthony Hopkins, Helen Hunt, Sharon Stone, Martin Sheen, Harry Belafonte), en met een hoofdrol voor de charismatische kandidaat Robert Kennedy. Aan het slot van zijn nachtelijke toespraak in Los Angeles op 5 juni zei hij dat hij, eenmaal president, zijn best zou doen om een einde te maken aan het onophoudelijke geweld in Amerika. Enkele minuten later viel het schot, de kogel drong diep door in zijn hersenen. En daar hadden de chirurgen helaas niet van terug.
* En deze kijker ook niet! - Tijdens 'The sound of silence' van Simon en Garfunkel kon ik de wereld horen breken.
* En als zo vaak kan ik er niet omheen: voor sfeer kom ik uit bij Gezelle. In dit geval natuurlijk bij de dichtbundel ‘Kerkhofblommen’, een heel klein stukje daaruit – ik geloof dat ‘Bobby’ het had kunnen waarderen.

TRAAGZAAM TREKT DE WITTE WAGEN

Traagzaam trekt de witte wagen
door de stille straten toen,
en ’t is weenen, en ’t is klagen
dat ze bin’ de wijte
[huif] doen!
Stap voor stap, zoo gaan de peerden,
traagzaam, treurig, stille en stom,
en zij kijken, of ’t hun deerde,
dikwijls naar hun’ Meester om;


naar boven

6 maart 2007
U hebt gestemd

* Onlangs had ik op een papiertje een paar onderwerpen voor de balthasarsblog geschreven, een geheugensteuntje zeg maar. Het kladje is helaas spoorloos. Jammer, maar wat stond er ook alweer op? Even proberen: ‘Zinloze prijzen!’ (over prijsvraagprijzen als auto’s, tomtoms, weekendje NY, volvetgemeste kalkoen). En: ‘Paspoorten’ (Verwoerd/Mandela), en ‘Wij willen skiën, nu, sneeuw of geen sneeuw!’, en ‘Tentoonstellingen’ (De Sixties!, yeh!). ’s Even zien, wat hanepootte ik er nog meer op? ‘Heb ik iets van je aan soms?’, en ‘Uitnodiging jubileumwandeling’. Hm, zijn dit ook al onderwerpen voor de balthasarsblog? – Maar, o wonder en hoerahoera, vandaag lijkt er helemaal niks mis met m’n geheugen, laat dat kladlijstje maar zitten! Een mooi begin van de dag. En toen…
* kwam er een mailtje binnen, ‘Ploinggg!’, van GroenLinks. Dat ik morgen - 7 maart 2007 - toch vooral op GL moet gaan stemmen (wat ook m’n stellige plan is) omdat dat erg belangrijk gevonden wordt, en dat ik anderen middels een klik op ‘hier’ een e-card kan sturen met eenzelfde boodschap (niet gedaan natuurlijk). En of ik hun wekelijkse info-brief wil ontvangen. En als ik helemaal niks meer van hen wil weten, dat ik dan een berichtje kan sturen aan ‘klik hier’. Dat laatste vind ik in elk geval netjes - ‘zouden méér mensen moeten doen’.
* Waar ik ook voor voel: dat je behalve een stem vóór of óp iemand of een partij, ook een stem tégen iemand of een partij moet kunnen uitbrengen. Dat zou een mens opluchten. Want zeg nou zelf: het is toch een stuk gemakkelijker om aan te geven waarom je tégen iemand (of laten we zeggen zijn/haar standpunten) bent, dan dat je je met huid en haar overlevert aan het pakket wensen en eisen van een partij. Enige ruimte voor de frustratie, is dat niet wat? Het moet toch heerlijk zijn dat je met één druk op de knop aan kunt geven dat je tegen een Verdonk bent, of tegen een Uli Rosenthal of een Geert Wilders (om maar eens één doodlopende dwarsstraat te noemen, u hebt keuze genoeg). – En natuurlijk heeft dit politieke en praktische consequenties, maar daar wil ik het nu even niet over hebben, het idee kwam gewoon spontaan bij me op, ‘voor de discussie’ en 'om meer mensen naar de stembus te krijgen'. En ik zeg er meteen bij dat ik het geen punt vind als deze ‘frustratiestemmen’ niet geregistreerd worden. Mij gaat het om het gebaar, dat gevoel van opluchting, even een kleine minidaad van verzet…
* En natuurlijk weet ik ook wel dat er mensen zijn die zeggen dat je dit vooral niet moet zeggen, en al helemaal niet op een blog, op het internet. Want dat je dan de hatemail en de bedreigingen regelrecht over je afroept. Dat is toch te erg, dat je zo bang zou moeten zijn! NEE dus tegen (de ideeën van) GW (proeft u mijn moed?!), en LEVE mevrouw Arib (met haar dubbele paspoort, waarvan één ‘voor het geval dat…’ - Dat iemand zich gedwongen voelt om dát te zeggen, dát is pas een grof schandaal!).
* Want, om met de verzetsheld en dichter H.M. van Randwijk te spreken (in zijn tekst op het monument aan het Van Randwijk-plantsoen te Amsterdam):

EEN VOLK DAT VOOR TIRANNEN ZWICHT
ZAL MEER DAN LIJF EN GOED VERLIEZEN
DAN DOOFT HET LICHT…


naar boven

28 februari 2007
Verval 5 - plus

* Eigenlijk… gaat het niet om een ‘vervolg’ op ‘Verval 5’, maar om wat er aan voorafging. U weet zelf ook wel dat je des ochtends niet zomaar plompverloren naar de huisarts snelt. Daar gaat een periode van twijfel of het wel erg genoeg is aan vooraf. En meestal is dat dan ook nog een weekend. Dubbeldoodzonde, dat is het.
* In de loop van de week krijg je pijn in je rug. Eerst moet je natuurlijk door de ontkenningsfase, iedereen heeft wel eens wat. Maar dan begint het te knagen, ook letterlijk. Van een vorige keer heb je nog een instructievel met oefeningen liggen, dus je denkt meteen te weten waar er aan de hand is: problemen met de nervus ischiadicus, ischias! Dat gaat een hele tijd duren, dat was tóen ook zo! Bah. En nog eens bah! En driewerf pijnlijk!
* Na twee dagen ‘aanzien’ en wat aarzelend oefeningengedoe is de pijn flink verergerd. Opstaan uit de stoel kun je niet meer zonder gestuntel en gesteun. Des nachts kun je je niet meer omdraaien, anders dan ten koste van wakkerpokende pijn. Hela, ik kan m’n schoenen niet meer strikken. Snuiten doet hartstikke zeer en persen bij het poepen ook. En als ik m’n rechterbeen over m’n fietszadel wil zwaaien donder ik van de pijnscheuten met fiets en al en vloekend tegen de grond. Leven gaat van au, een confronterende waarheid.
* Zaterdagochtend, op de damesfiets naar de stad om de noodzakelijke inkopen te doen. Alles gaat moeizaam, je verkrampt vanzelf, en het kleinste oneffenheidje trekt zwaar door de heupen. Als je je plotseling inhoudt om een medemarktkoper vrije doorgang te verlenen, schiet er een vuurpijl van je onderrug omhoog. En nu komt het: je kunt de pijnkreet niet meer onderdrukken. En voor je een half uur verder bent is al een keer of tien een kreun of vloek(je) aan de haag van je tanden ontsnapt, zonder dat je daar invloed op hebt. Als je tenslotte de boodschappen in je fietstassen wilt laden, kreunen de pijnkreten als een schot hagel in het rond. Ingaande Hema-klanten kijken er van op. ‘Zozo!’ – Inderdaad, zo moet een Gilles de la Tourette-lijder zich dus voelen! ‘Je - kunt - er - niks - aan - doen!’ Beteuterd en timide kruip je en sluip je naar huis.
* Daar wacht het bezoek. Je zet je schrap. Je houdt je groot. Tot je weer. Klein wordt. Bezoek is groots. En lankmoedig. En weer weg. Alles in stapjes. Kleine stapjes. Pijnstillers. Naar bed.

HET VERVOLG

Zondag. Zie zaterdag.
Maar dan iets erger.
Maandag: zie vorige balthasarsblog.
En ouderdom, zeker ‘Ouderdom’.
Met dank aan Judith. Herzberg.
En haar. Parapluutjes.


naar boven

27 februari 2007
Verval 5

* “Dr. H Punt S, Huisarts. Uitsluitend op afspraak.”
* ‘En, wat zijn de klachten, meneer B.?’ / ‘Om te beginnen dat ik tegenwoordig zo vaak een huisarts nodig heb, sinds ik hier woon dus.’ / ‘Ja, dat heb je ervan, als je wat ouder wordt. Dan krijg je meer klachten.’ / ‘En omgekeerd natuurlijk.’ / ‘Ja, dat ook. - En?’
* Lumbago schrijft dr. S. op het standaardverwijsbriefje. En myogeen. ‘Geen uitstraling naar het been deze keer?’ - Lage rugklachten, sterk verstijfde spieren, vooral rechts, fysiotherapie dus, en oefeningen. In het rijtje mogelijkheden linksboven wordt de F van fysiotherapie luid en duidelijk aangekruist. ‘En goed warm houden, de hele dag goed warm houden. Was het dat, meneer B.?’ / ‘Voorlopig wel, meneer S. Bedankt en tot de volgende keer.’
* “Fysiopraktijk K., K. en L., goedemorgen. Waarmee kan ik u van dienst zijn?” / ‘Met een snelle afspraak misschien?’ / ‘Hoe was de naam ook alweer zei u?’ / ‘Bent u al langer patiënt bij ons?’ / ‘Zijn er nog veranderingen in de verzekeringen sinds 1 januari 2007?’ / ‘Vanmiddag om half vier is er nog een gaatje bij meneer L.’ / ‘Geweldig. Bedankt. Ik zal er zijn.’
* ‘Kleedt u zich even uit tot op de onderbroek.’ / ‘Ook het hempje uit graag.’ / ‘Kunt u op uw tenen hierheen lopen?’ / ‘En nu op uw hakken?’ / ‘Komt u eens met de rug naar mij toe staan.’ / ‘Buig nu voorover, als dat gaat. Voorzíchtig!’ / ‘En terug. En nu naar links. En naar rechts.’ / ‘Waar zit de meeste pijn?’ / ‘Komt u hier eens ruggelings op de bank liggen, wacht, ik zet hem even wat lager. Gaat het zo? En nu op uw rechterzij graag, de benen ietsje gebogen, de linkerarm hier, zo, juist. Wacht, het steuntje voor onder uw hoofd nog. Ligt u zo goed?’
* En dan gaat meneer L. aan de slag. Met beheerste berenkracht worden de spieren in de onderrug uit hun schulp gedreven. Op enig moment is de cadans van het gedrijf zo heftig doch soepel dat ik mezelf het hart van een deegmachine waan. En dat zeg ik ook, tenminste dat denk ik. Meneer L. lacht eens geroutineerd en formeert ondertussen een nieuwe houdgreep. ‘Ademt u eens diep in… en… uit!’ Op ‘uit!’ gooit hij zijn hele zwaargewicht op de verlenging van de houdgreep. ‘En nog eens IN… en UIT!’ Ik piep. ‘En nog eens!’ Mijn verweer is totalemento weggevaagd. Maar, o jubel!, ik leef! – ‘Mooi zo. En nu de andere zij graag.’
* Als het beulswerk gedaan is mag ik me op mijn buik draaien. Gemakkelijker gezegd dan gedaan, godverdomme dat doet zeer! ‘Iets hoger graag, dan kunt u hier met uw gezicht in deze opening… ziet u wel. Juist, en de handen hier op deze steunen. Heel goed.’ En terwijl meneer L. zijn handen invet om de rugspieren eens een lekker warme opknapbeurt te geven, begint hij een gezellig praatje over nut en noodzaak van bewegen en het openbaar vervoer. Mijn rug begint aangenaam te gloeien, dankbaarheid welt in me op, ik ben onderweg naar de vergetelheid. - ‘…ik tegenwoordig met die nieuwe dienstregeling van de NS sneller hier op m’n werk ben. En het is nog goed voor m’n conditie ook, heb ik gemerkt. Maar ja, nu is mijn auto weer gemaakt en…’
* ‘Zo, vrijdag om half vijf zie ik u weer. We moeten nu even doorpakken. En goed blijven oefenen. Niet te lang stilzitten, voortdurend even in beweging ja, en af en toe tien minuten gaan liggen. Hoe voelt de rug nu aan? Goed, zo?’
* ‘Heel goed meneer L. Dankuwel meneer L. Dag meneer L.’
* Thuisgekomen pak ik Judith Herzberg en lees haar gedicht Ouderdom uit de bundel ‘Zeepost’ (Amsterdam 1964). Van warme kruiken en uitgeblazen paardebloemen… Ik leef!

Ouderdom

Later, als ik zwakzinnig ben
met schoothond en schrikvel
houd ik een kruik warm
tegen me aan en praat
ik met je in mijn slaap.
Als je nu kan begrijpen
wat ik dan ga bedoelen,
krakende dorre tak dat ik ben,
ga ik me niet zo afgebroken voelen
maar meer een uitgeblazen paarde-
bloem. Hoor je me dazen?
Daar gaan mijn parapluutjes al.


naar boven

17 februari 2007
Sternstunde

* ‘Gun uzelf een forse update!’ roepen nu al wekenlang de advertenties in de krant. En ze bedoelen dan dat je Windows Vista (2006/2007) aan moet schaffen. Nu loop ik al sinds er computertijd bestaat steeds een stap (maar wel een hele grote!) achter, dus ik was echt toe aan de vervanging van good old Windows 98. Sterker nog: ik heb een nieuwe computer gekocht, waarop nu Windows XP Home Edition (versie 2002) geïnstalleerd is. Wat er ook opzit is Microsoft Works Suite 2006 (met o.a. Word 2002), en nog een heeeleboel andere dingen (‘Dat heten programma’s man!’): wat het deskundige ‘mannetje’ altijd nog een hele dag aan ombouwen en installeren kostte. ‘En dan hebt u ook wat!’
* Maar… als je denkt dat Windows Windows is en Word Word blijft, dan vergis je je flink. Het geeft werkelijk een hele hoop veranderingen, zeg maar gerust raadsels, problemen, leukigheidjes, ellende, witte en zwarte gaten. - En nou ik dus nog! Ik moet nog zien ‘of ik er iets mee kan’. - Alsof je weer voor het eerst achter een pc zit (wat natuurlijk niet kan, en juist daarom zo frustrerend is!).
* En ja hoor, ik kan er iets mee.
* Én nee hoor, ik kan er iets niet mee.
* Eerst maar wat dingen die ik nu wél kan. De filmpjes bij de Bieslog afspelen bij voorbeeld. Spectaculair! En de DVD’s ‘Aangenaam klassiek’ 2005 en 2006 eindelijk eens horen én zien! Goeiegenadenogantoe wat een prachtig geweld! Nou, dan durf ik die net gekochte USB-stick er een volgende keer ook wel in te steken. – U weet ongetwijfeld wat een USB-stick is. Ik tot eergister NIET! En nu misschien een klein beetje. Maar dat gaan ‘we’ dus uitproberen, kome wat komen gaat.
* Dingen die ik niet (meer) kan: begrijpen waarom bij voorbeeld een toetsenbord soms ineens voor zichzelf begint. Zo zit er ongeveer een uur van wanhoop en verdriet tussen deze en de vorige alinea. In de vorige zin ziet u ‘(meer)’ staan, dus ‘meer’ tussen haakjes. Maar toen ik die haakjes voor de eerste keer typte verschenen er resp. een ; (puntkomma) en een : (dubbelpunt). En toen ik een < (kleiner-dan-haakje) wilde typen kreeg ik een / (slash). Enzovoort, enzovoort. In opperste verwarring sloot ik het bestand af, en… was alles kwijt. Ik zette de computer uit en ging een heel droevig verhaal zitten lezen (Maria Goos in het Volkskrant-magazine over haar borstkanker en twijfelachtige Brabantse familie).
* Toen ging de telefoon: of ik mevrouw Balthasar even uit de computernood kon helpen. En verdomd, dat lukte, en vraag niet hoe het kan, het lukte. Ik voelde me welhaast eufoor, en uitgedaagd door dat nieuwe computer-kreng. En… ging opnieuw op zoek naar m’n verloren bestand. Maar first of all typte ik alle diakritische tekens van het toetsenbord bij elkaar: wat denk je? NIKS aan het handje! Alles op z’n eigen pootjes! En toen vond ik wonderowonder ook nog m’n verloren bestand terug! (Dat ik eerst ‘verstand’ typte in plaats van ‘bestand’ was herkenbaar uitsluitend en alleen mijn eigen fout, en ik vond het níet erg!). Van louter vreugde (waarom is dat in godsnaam ‘louter’ vreugde?) besluit ik nu, hier en op dit eigenste moment, om de andere perikelen met m’n nieuwe pc hier niet verder te melden. Je moet je geluk niet tarten… en je zegeningen tellen alsof je Lubbers heet.
* En van de weeromstuit en momentaan pardoes kom ik terecht bij de dichter die hier onlangs nog figureerde: Rutger Kopland. In de verzamelbundel ‘Geluk is gevaarlijk’ (Rainbow-pocket 416) staan o.a. gedichten uit de bundel ‘Tot het ons loslaat’. Mooie titels daarin als ‘Wat is geluk?’, ‘Oneindig veel problemen’, ‘De laatste bevindingen’ en vooral het hiernavolgende ‘Enkele andere overwegingen’ die me vandaag uit het hart gegrepen zijn.

ENKELE ANDERE OVERWEGINGEN

Hoe zal ik dit uitleggen, dit waarom
wat wij vinden niet is
wat wij zoeken?

Laten we de tijd laten gaan
waarheen hij wil,

en zie dan hoe weiden hun vee vinden,
wouden hun wild, luchten hun vogels,
uitzichten onze ogen

en ach, hoe eenvoud zijn raadsel vindt.

Zo andersom is alles, misschien.
Ik zal dit uitleggen.


naar boven

9 februari 2007
Watjes

* Op Gerrit Hiemstra na vond bijna iedereen in Nederland het weeralarm/sneeuwalarm van afgelopen donderdag overdreven flauwekul, schijtlaarzerij dan wel bangmakerij of anders toch zeker overbezorgdheid, paniekering of woorden van gelijke strekking, enzovoort – er kwam geen eind aan het gefezel over het weer. Journaals en andere tv-programma’s stonden bol van de non-verslaggeving over sneeuw die maar niet door wilde zetten en dus geen problemen gaf, en mensen die dachten dat ze gerust nog wel thuis zouden komen al was het dan misschien met enige vertraging wegens het NS-besluit om minder treinen te laten rijden. Maar, er was dan ook totaal geen nieuws gister, althans geen nieuws dat in de schaduw van het weer kon staan – en in die opvatting stond het ‘Hart van Nederland’ echt niet alleen. En ja, programma’s moeten wel gevuld natuurlijk. Desnoods met sfeer en plaatjes die de kijkers massaal instuurden – leve de mobiele elektronica van jan en alleman aan het besneeuwde thuisfront!
* Blijft over de geloofwaardigheid van Gerrit Hiemstra, met voorsprong de beste weerman van Nederland. (Nou ja, qua presentatie dan – een inhoudelijk oordeel valt voor deze leek niet of nauwelijks te geven.) Volgens Gerrit was er juist niks te melden omdát het weeralarm gewerkt had: mensen wáren voorzichtiger, het verkeer wás meer gespreid, er réden minder treinen, er wáren minder mensen op stap. Maar toch: er viel écht veel minder sneeuw dan verwacht, en van stormachtige omstandigheden was al helemaal geen sprake. De avondspits was korter dan ooit, gewoon een beetje sneeuw. Kortom: het begrip weeralarm/sneeuwalarm ging af door de zijdeur, en vleide zich naast het alarm van afgeserveerd Europees terreurcoördinator Gijs de Vries. By the way: kan een weerman aftreden? Gelukkig maar.
* Tot zover onze berichtgeving over het weer/geen weer op donderdag 8 februari 2007 – u ziet, een Balthasar leert reuzesnel.
* Wij intussen liepen een stukje Pieterpad, van Vorden naar Laren, en waren getuigen van het volledige metamorfose-proces van het bosrijke landschap. Binnen een uurtje wandelden we in een sneeuwsprookje dat Anton Pieck aan het tekenen was. De gure boreas geselde onze gezichten, de lokkende lichtjes van Laren verhoogden ons tempo. Het landschap wijd en zijd was van god en iedereen verlaten. Er klepte weliswaar geen klokje over het land, maar onze schoenen knerpten. - Aaah, dus toch nog een zuchtje winter!
* Behalve een eenarmige-bandietenjunk was er geen kip in het etablissement, de VersBakker staarde ons verlangend na door de etalageruit, en met dank aan Vasalis reed de bus-naar-huis als een kamer door de nacht. De chauffeur schonk ons een stripje, neuriede Rieu-gewijs zijn lied, en maakte een extra zachte landing bij ‘De Uitrusting’ aan de sluis. Thuis ging de kachel op vier, en de sloffen aan de geprangde voetjes. Er was geen post. Alleen een e-bericht van onze vrienden uit Den Haag: ‘Ziet eens hoe het er hier in de tuin om 10.55 uur reeds uitzag. - Hoe stil en wonderwit. - En er kwam nog veel meer bij! Dat zou dus glijden geblazen geweest zijn als jullie gekomen waren.’ – Ziezo, dat hebben we dus nog tegoed, winterstilte.
* Een gedicht dus van sfeerschrijver Guido Gezelle, ‘Winterstilte’ - uit de bundel ‘Rijmsnoer om en om het jaar’ (1897):

WINTERSTILTE

Een witte spree
ligt overal
gespreid op ’s werelds akker;
geen mensche en is,
men zegge zou,
geen levend herte wakker.

Het vogelvolk,
verlegen en
verlaten, in de takken
des perebooms
te piepen hangt,
daar niets en is te pakken!

’t Is even stille
en stom, alhier
aldaar; en, ondertusschen,
en hoore ik maar
het kreunen meer,
en ’t kriepen, van de musschen.


naar boven

4 februari 2007
Duivelsberg

* Alle treinreizen waren al dan niet per ongeluk vlekkeloos verlopen. Op het geplande moment van tien over tien stapten alle zeven wandelaars in de Nijmeegse bus naar ‘De Oude Molen’ in Groesbeek. Voorzien van rugzakken en stokken ging ons clubje De Duivelsberg bedwingen. En pannenkoeken eten natuurlijk, halverwege de tocht, in restaurant hoekanhetanders ‘De Duivelsberg’. Het weer was puik, de stemming navenant, de gesprekken mooi. En na krap twee uur berg en dal zonder hoorngeschal (kleine knieval voor Jef Koons) al doemde het felbegeerde etablissement op. Snel nog even langs voetveeg en waterplaats. Maar dán!
* ‘Wilt u alvast iets drinken? Allemaal koffie?’ / ‘O ja, koffie graag ja! Ook koffie graag, doe maar een grote! Kruidenthee. Kraanwater. En wij hier alledrie versgeperst sinaasappelsap – als dat er is.’ / ‘Dat is er, geloof ik, ik vraag het even na. Dan kunt u intussen rustig de menukaart bekijken. Heb ik iedereen gehad zo? Dat is dan, even kijken, 2 koffie, 1 kruidenthee, ik breng de box mee, kunt u kiezen, 1 kraanwater de luxe, en 3 keer verse jus?’ / ‘Ach, doet u mij ook maar verse jus in plaats van koffie, kan dat nog?’ / ‘4 jus dus, 1 koffie, 1 thee, 1 water. Komt eraan.’
* ‘Ik denk niet dat ik hier iets kan eten. Alle pannenkoeken zijn natuurlijk met melk- en ei-beslag. En van het verkeerde meel.’ / ‘Nou, hier staat dat je ook beslag met boekweitmeel of viergranenmeel kunt vragen. En misschien kunnen ze nog meer dingen anders doen. Er zullen hier toch wel vaker aparte eters komen? Je kunt het in elk geval vragen.’ / ‘Jaja, een pannenkoek zonder melk en ei, maar mét groente. Ze zien me aankomen. Ik vraag wel een leeg bord, kan ik m’n eigen brood opeten.’ / ‘Nou, met mijn dieet kom ik hier anders ook niet ver. Dus ik vraag ook een pannenkoek zonder melk en ei, en gebakken in olie in plaats van boter.’
* ‘Zo, 4 verse jus, astublieft, astublieft, astublieft, astublieft. En voor wie was de koffie? Kruidenthee, kijkt u eens aan. En een glaasje verse kraan. Zo. En… hebt u al een keus kunnen maken?’ / ‘Pannenkoek zalm. Trio. Dagsoep en een tosti kaas. Duivelsberg-speciaal. Opoes schatje. Een leeg bord, maar nog liever een pannenkoek-groente, als ik die kan krijgen met ander beslag. Ik gebruik namelijk geen melk en geen ei.‘ / ‘Ik ook niet, en ook geen boter, kan dat?’ / ‘Dat denk ik wel, ja, dat kan wel hoor. Twee pannenkoeken-groente dus, zonder melk, zonder ei, en zonder boter.’ / ‘Nou, ik wil graag die pannenkoek met appel, en niet met groente.’ / ‘Ik vraag het voor de zekerheid nog even na, of het kan. Die pannenkoek-appel, wilt u die met suiker? Niet dus.’ / ‘Fantastisch zeg, ik wist niet dat hier zoveel kon. Geweldig. En zullen we nu dan even vergaderen over de jubileumwandeling van 7 juni?’
* Over de pannenkoeken, de triootjes en Opoes schatje was iedereen dik tevreden, en de vette rekening werd met een schaterlach betaald. Het tweede deel van de wandeling was lang en steil en pittigpittig vermoeiend, maar ook prachtigprachtig met mooi kout en toch ook een eitje, omdat de 16 km tot 13 ingekrompen werden en de terugbus slechts één minuut op zich liet wachten, wat je geen wachten meer kunt noemen.
* Wandelen, praten, eten – wat een mooie dag, wat een mooie dag. Maar zo mooi als de mooie maaltijd en de mooie gesprekken van Rutger Kopland kunnen wij het niet maken. Ik bedoel: kan ik het niet maken. Ik bedoel: kan ik het niet zeggen. Dan Kopland maar geciteerd, uit zijn bundel ‘Een man in de tuin’, het gedicht ‘Mooie gesprekken’ (Van Oorschot, Amsterdam, 2004).

MOOIE GESPREKKEN

III – Maaltijd

Het was Kerstmis, we zaten aan tafel en we wilden
een aangename, liefst literaire conversatie

daarom zei ik: vrienden, we weten dat de materie
op ons bord en in ons glas kan vervluchtigen
in ons lichaam tot pure poëzie

maar wisten jullie dat onlangs ook is gebleken
dat op poëtische wijze heerlijke gerechten
kunnen worden gemaakt

er viel een stilte waarin je alleen geluiden
hoorde van messen en vorken, van drinken en slikken
en van het getik van de klok

maar ik vervolgde: men heeft ontdekt dat er gedichten
bestaan die zo goed zijn gemaakt dat er woorden
veranderen in wat ze beschrijven

zodat het woord vlees vlees wordt, het woord brood
brood, het woord wijn wijn, ik noem maar
een paar voorbeelden

als poëzie de ruimte van het volledig leven
tot uitdrukking moet brengen, de echte werkelijkheid
dan kun je je voorstellen dat een gedicht
een heldere soep kan opleveren
een doorleefde wildschotel
een luchtig nagerecht
een mooie bordeaux

men begon mij te begrijpen en het werd zodoende
een vrolijke literaire maaltijd

we vroegen ons af welke poëzie we zaten te eten
en te drinken en we zochten naar gedichten
in ons hoofd die we een volgende keer
op tafel zouden willen zien

ik zeg niet welke dat waren
iedereen kan ze bedenken


naar boven

29 januari 2007
Pittig memo

* Vroeger – ja, daar heb je hem weer, nee, het is niet anders – had ik de gewoonte om een pittig memo aan de directie te sturen als er nodig weer eens iets namens de afdeling of het project afgedwongen of aan de kaak gesteld moest worden. Dat vereiste schrijfmanskunst, barricadedenken, maar vooral ook inzicht in het papieren krijgsbedrijf. Het bericht moest per se op één A4’tje kunnen maar toch alomvattend zijn, en onomstotelijk tot de geventileerde conclusie leiden. Pertinent onhaalbare eisen heb ik nooit gesteld, loze beloftes nooit gedaan. De ‘afdeling’ moest het er liefst hartgrondig mee eens zijn, de ‘directie’ zou toch op z’n minst even moeten schrikken (en daarna wél toegeven!). En zelf zou ik er in elk geval een goed gevoel aan over moeten houden, liefst met een lichte neiging tot neuriën.
* Das war einmal.
* Tegenwoordig heb ik geen directie meer, geen afdeling en geen projecten, anders dan in de privé-sfeer, en hoeft er nog maar zelden iets afgedwongen te worden. En dus schrijf ik geen pittige memo’s meer in de ware zin des woords, soms nog wel een dwingende mail aan een zorgverzekeraar of een hoteluitbater, maar voornamelijk toch vriendschappelijke berichten aan bekenden en milde of beschrijvende blogjes voor het worldwideweb. Berichten kortom waar nooit iemand van schrikt, of het er hartvochtig mee oneens is.
* Is dat alles, oehoehoehoe, is dat alles wat er is?
* Nee! Want er zijn wel degelijk ‘directies’ die nodig eens op stang gejaagd moeten worden. Die een waarschuwing moeten krijgen omdat ze er een potje van maken, omdat ze de wereld naar de knoppen helpen, of omdat ze zaken op z’n beloop laten zodat de ‘onnozelen’ onder ons er aan onderdoor gaan. George Bush is zo’n directie (alleen al vanwege ‘Irak’), en Rita Verdonk (‘Befehl ist Befehl’, dat zég ik!), en Benedictus XVI (‘God is beter dan Allah’) en – soms – ene André Rouvoet (‘Je zult toch een homoseksueel kind hebben, o gruwel!’), een Balkenende (‘Fatsoen moet je doen, als een VOC-man!’), een Geert Wilders (‘Die tsunami van gelukszoekers moet in zee teruggedreven worden!’). Er zijn ‘foute’ directies van het milieu, van het geloof, van de politiek, van het kapitaal en bijvoorbeeld van de psychiatrie.
* In de loop van de tijd kunnen ze allemaal een pittig memo verwachten. Of een korte waarschuwing, op z’n minst een protest. Ter ondersteuning van al diegenen die hun stem verheffen tegen machtsmisbruik, die misstanden aan de kaak stellen, een menselijke politiek eisen. Zoals ooit Robert Long deed, toen ie in 1974 (ja, toen nog wel!) half Nederland opschudde (en door elkaar rammelde) met het lied ‘Toe maar jongens de beuk erin’. Ik citeer hier het eerste en het laatste couplet, maar eigenlijk zou ik de ruimte moeten nemen om ze alle vijf weer te geven. Maar u kunt natuurlijk ook zelf die ouwe plaat even opzetten.

TOE MAAR JONGENS DE BEUK ERIN

Toe maar jongens de beuk erin
Ja vooruit maar lui zet hem op:
Gif en rotzooi in de zee
De oceaan één grote plee
De vis die gaat maar zó niet dood

De zee is zo ontzettend groot
Dit gaat het snelst en tijd is geld iets anders
Wordt te duur
Wij zijn de baas in de natuur

[…]

Toe maar jongens de beuk erin
Ja vooruit maar lui zet hem op:
Blameer de communisten maar
Of geef de schuld maar aan elkaar
Of doe de boel maar af met God
Ook als de hele troep verrot
En steek je kop maar in het zand dat is het beste want
Het loopt al aardig uit de hand


naar boven

20 januari 2007
Na de storm

* De dag na de storm lijkt wel wat op de dag na carnaval: de wind geurt nog pittig na door de straten, en overal vinden luidruchtige opruimwerkzaamheden plaats. Want het is een enorme bende, waar je ook kijkt. Plastic zakken in bomen, struiken en prikkeldraad; bomen horizontaal in het veld, op straat en in de achtertuinen; halve bomen op straat (en overal elders), takken op straat, takjes op straat, dakpanstukken op straat, omgewaaide tuinschuttingen, omgedoken fietsen, reclameborden en weggezapt wasgoed en plantenpotjes. De kranten doen de dag van gister in de herhaling, met dezelfde beelden en verhalen als op het nationale rampjournaal. Hoogste tijd dus om naar de IJssel te gaan, om de breedte en hoogte te meten.
* Ook vandaag nog is het leunen geblazen tegen de wind op het dijkpad. Tranen in je ogen, tuiten in je oren. Bij de vuilnisbeltafgraving wordt weer gewerkt, en stoken ze een afvalvuurtje. Natuurlijk waait de rook met alle winden mee in ons gezicht, en stinkt als een beenderlijmfabriek. In elk geval komt de stank overeen met de lucht in mijn vaders timmerwerkplaats als ie met de lijmpot in de weer was, beenderlijm, warm gehouden au bain marie, smerig goedje, smerige stank.
* De IJssel zelf pakt flink uit, met donderkoppen en blinkend kabbelende uiterwaarden zover het oog reikt – in elk geval panoramafotobreed. Bomen staan tot hun navel in het water, ganzen zwieren voor de verandering eens sierlijk door het zwerk. En tuimelen haast naar beneden als ze keren, proberen te keren. Twee fietsers verslaan ons maar net op punten, we mimen onze groeten. Zodra we kunnen, nemen we de kortste weg naar huis, tenslotte moeten we nog naar Broek op Waterland, per bus-trein-bus-trein-bus. ‘Het zal toch overal wel rijden vandaag?’ / ‘Dat avonturen we wel.’
* En het gaat goed, tot halverwege de terugweg. ‘Dames en heren, we blijven hier nog even staan op het station van Hilversum. Want tussen Hilversum en Baarn is momenteel geen treinverkeer mogelijk. Langs het spoor staan enkele bomen op omvallen. De brandweer is al ter plaatse, en hoopt de situatie zo snel mogelijk te klaren. Even geduld dus nog graag. En excuses voor het ongemak.’ / ‘Dames en heren, het duurt toch allemaal wat langer dan gedacht. Zeker nog zo’n tien minuten. Het spijt ons zeer.’ / ‘Dames en heren, we gaan weer rijden zoals u merkt. En nogmaals onze excuses voor het oponthoud op deze zaterdagavond. We hebben nu een klein halfuur vertraging. Het volgende station is Amersfoort. Denkt u bij het uitstappen aan uw bagage. En neemt u deze ook mee.’ / En al deze mededelingen worden natuurlijk in menigvoud aan het thuisfront doorgemobield. Als een eindeloos herhaald radiobericht, een nieuw ritueel. - Thuis waaide de wind nog steeds om het huis, en zetten we de kachel te snorren op vier.
* Hieronder tenslotte nóg een radiobericht, ook over water en waterstanden, maar dan meer als een soort SOS. Het gedicht ‘Radiobericht’ is van Ida Gerhardt, en komt uit de bundel ‘Het levend monogram (1955).

RADIOBERICHT

Te Grave beneden de sluis
voorbij de zware deuren
mag mij het water sleuren
en kantelen met geruis.
- Grave beneden de sluis.

‘Wij geven de waterstand.’

O God, hoe kon het gebeuren -
gesloten het venster, de deuren,
gebannen uit liefde en huis.
- Grave beneden de sluis.

‘Wij geven de waterstand.’

Grave, dat is groen land
en water, dat draagt mij thuis.

‘Grave beneden de sluis.’
Grave, beneden de sluis.


naar boven

13 januari 2007
Mens, durf te leven!

* Het is geen kunst om op een donkere januari-ochtend pessimistisch te zijn over de toekomst van je leven. En zeker niet als je net 67 geworden bent, een buurvrouw begraven hebt, je zeven pillen tegen hart- en aanverwante kwalen met lauw water ingenomen hebt, een zes pagina’s tellend bestand over Afrikaanse poëzie in het zwarte gat van je computerheelal hebt zien verdwijnen, de televisiekritiek in je dagblad niet meer kunt volgen, je er geen idee van hebt met de hoeveelste verval-aflevering in de balthasarsblog je bezig bent. - Mens, durf te leven!
* Zonder dat je het scherp in de gaten had, zijn de banden (de tentakels, de wortels) met een deel van je realiteit (je wereldje, je bestaansgronden) in de versukkeling geraakt (verdund, versleten). Je acht jezelf minder alert (een tikkeltje afweziger), de doden die per radio of tv omgeroepen worden heb je ‘goed’ gekend (‘Wat?! Die óók al?!’), het jonge grut dat zich als BN’er afficheert is je volkomen onbekend (laat je volkomen koud). Je hebt moeite om alléén het juiste woord te kiezen of een simpele mededeling te doen - beter gezegd: een mededeling simpel te doen. Ben ik nog wel van deze tijd, van deze wereld? Zulke vragen beginnen in stellingen te ‘verwandlen’ - ach ja, Kafka, wie leest hem nog? - Mens, durf te leven!
* Leeftijdgenoten lijken weinig last te hebben van dit soort gefilosofeer. Die zitten toch vooral vol podiumdrang, hangen de wijsneus uit, hebben een volle agenda. Of ze zijn al zodanig bejaard en uitgeblust dat de grijze cellen het opgegeven hebben (of omgekeerd natuurlijk). Meer dan netjes is kijk je tegenwoordig naar lotgenoten, meet je je vitaliteit af aan andermans leed of geluk. ‘De toekomst is nu,’ staat er in je brillenglazen. Maar dat is de toekomst uit je verleden. De toekomst van het heden stel je liefst nog wat uit. - Mens, durf te leven!
* Maar dán probeert de zon eens wat, prangt er een sneeuwvlok, gaat de telefoon, glijdt er een groet door de brievenbus. ‘Schat, zullen we nu dan even De Holterberg gaan doen?’ – Het kan, pats!, zomaar gebeuren dat je wereld opklaart, dat iemand je nodig heeft, dat je boordevol plannen schiet: hup, kermis in de hel. Een beetje denkend mens is een vat vol tegenstrijdigheden. Jantje huilt, Jantje lacht. En omgekeerd. – ‘Het is zoals het is, en morgen zien we wel weer.’ Ja, je staat weer open voor alle tegeltjeswijsheden en de levenslessen van Epicurus in de vertaling van Marius Molegraaf en Hans Warren (‘Over het geluk’, Prometheus Amsterdam, 1995). Al met al toch ook een soort Mens, durf te leven!
* Maar het beste is nu misschien wel om even Ramses Shaffy op te zetten, met zijn versie van dat levenslustige lied ‘Mens, durf te leven!’ van Dirk Witte (Alsbach & Co, 1917), op z’n minst het slotcouplet. En dan zal het ‘waaratje’ wel weer gaan.

MENS, DURF TE LEVEN!

Het leven is heerlijk, het leven is mooi
Maar – vlieg uit in de lucht en kruip niet in een kooi
Mens, durf te leven
Je kop in de hoogte, je neus in de wind
En lap aan je laars hoe een ander het vindt
Hou een hart vol van warmte en van liefde in je borst
Maar wees op je vierkante meter een Vorst!
Wat je zoekt, kan geen ander je geven
Mens, durf te leven!


naar boven

9 januari 2007
Strawberry Fields Forever

* Op 28 april van vorig jaar schreef ik hier een stukje onder de titel ‘Buitenleven’. Het ging vooral over een Elli en een Appe hier twee tuinen verderop, een ouder echtpaar dat nog graag ‘buiten speelt’, maar er niet erg veel kracht meer voor heeft. Vooral over Appe (82) maakte ik me zorgen, zo uitgeblust als die overkwam. En niet over Elli, die zich nog kordaat over de boerenbloemen boog en vooral over de aardbeienplanten (gerust óók na het avondeten nog, tot de schemer aan toe). Maar plotseling heeft Elli (81 inmiddels) het opgegeven, het lijf totaal verkankerd en ten einde geneigd. Binnen twee dagen ziekenhuis was het gedaan: Elli is dood. Naar de eeuwige aarbeienvelden. En Appe blijft alleen achter, ontzield.
* Kennen wij Elli? Beter: kende ik Elli? Eigenlijk niet. Ja, op maandag hing ze de was buiten aan de lijn – grote witte lakens en even witte bijna even grote onderbroeken en onderhemden in doorbuigend gelid. Soms twee enorme piama’s en bonte schorten, geruite hemden en zelden een overall. Twee keer per jaar kwam ik d’r op straat tegen, dan was ze naar de kapper geweest. Zag ze er zo mogelijk nog brozer en doorzichtiger uit. Het kleine praatje leverde twee krakerige zinnetjes op over ‘mooi maken’ en ‘dat hoort er nou eenmaal bij, zo af en toe’. Maar verder was ze toch vooral het krom staande aardbeienvrouwtje dat haar planten, een voor een, en telkens met evenveel liefde, uit een oude koffiekan begieterde. En die uitsluitend op de geringste toonhoogte communiceerde. Wij vonden haar kortom buitengewoon sympathiek, op haar manier een sjiek mens, iemand die je gaat missen.
* Hoe weten wij dat Elli dood is? Daar belde overbuurvrouw J. ons over op. ‘Anders valt het jullie misschien nogal rauw op het dak, als je het achteraf pas verneemt.’ Hier spreken ze niet over Elli die dood is, maar over ‘buurvrouw L.’ die ‘het weekend waarschijnlijk niet zal halen’. En gisteravond klepperde ook het papieren overlijdensbericht door de brievenbus. Voor het eerst van mijn leven een rouwkaart gelezen waarin God noch gebod aangeroepen werd. Groots, een verademing ook wel, en onverwacht in deze omgeving. De familie bracht het verdriet helder en liefdevol onder woorden: ‘Bedroefd om haar heengaan, maar dankbaar dat een verder lijden haar bespaard is gebleven…’
* En vrijdag is de crematie. Gaan we naartoe. Klein eerbetoon aan een aardige vrouw, en haar verweesde tweede helft.
* Voor Elli van de aardbeienveldjes hieronder een klein stukje Beatles-muziek, meer in het bijzonder een stukje song-tekst van John Lennon. De muziek zingt u er zelf wel bij, toch?

STRAWBERRY FIELDS FOREVER

Living is easy with eyes closed.
Misunderstanding all you see.
It’s getting hard to be someone but it all works out.
It doesn’t matter much to me.

Let me take you down ‘cause I’m going to Strawberry Fields.
Nothing is real, and nothing to get hung about
Strawberry Fields Forever.


naar boven

Bio Balthasar
Kenmerken:
Altijd ietwat gehaast, nogal opruimerig van aard, verbalistisch ingesteld, tamelijk eigenwijs, kan nochtans goed luisteren. Lekkerste verjaardagseten: 1952 (aardappelen, bruine bonen, sla, hard gebakken spek). En o nog zoveel meer.
Houdt van:
Literatuur, poëzie, geschiedenis, moderne beeldende kunst, woeste luchten en landschappen met lage horizon, wandelen, natscheren en klassieke muziek, thuiskomen en o nog zoveel meer.
Hekel aan:
Loslopende honden (maar vooral die baasjes!), elke vorm van extremisme, machismo, bladblazers en alle andere vormen van teringherrie, tempeh en o nog zoveel meer.

reageren?
balthasar at de-zeepkist.nl
webdesign: Mirjam Vaes