home
agenda en tips
redactie
uitgeverij
links
(over) literatuur:
literatuur
recensies
tweedehands boeken
(over) veganisme:
veganisme FAQ
recepten
uit het nieuws
achtergronden bij uit het nieuws
schoenen
weblogs:
balthasarsblog
haasblog
mirjamsblog
mopperblog
nielsblog
mirjamsschrijfsels:
artikelen
columns
recensies
boek
andermensschrijfsels:
joop boer
andere projecten van (medewerkers van) De Zeepkist :
www.nielsdebeer.nl
www.voedselencyclopedie.nl
www.leefbarewereld.nl
onderwerpen balthasarsblog okt, nov, dec 2006:
Tachtig
En toen en toen en toen
Inburgeren
Biesheuvel
Een dag met een vlag
Traplift
Michelin-gids
Slangetje, stangetje, gangetje
A day in the life
Op controle
Herfstigheden
Al Gore, ethicus
Platen-Atlas
Hemp
Ramsj
Faits divers
1ste kwart 2008
4de kwart 2007
jul/aug/sep 2007
apr/mei/jun 2007
ja/fe/ma 2007
okt/nov/dec 2006
aug/sep 2006
juli 2006
juni 2006
mei 2006
april 2006
maart 2006
februari 2006
januari 2006
2005
|
balthasarsblog oktober, november, december 2006
30 december 2006 Tachtig
* Dit is de tachtigste aflevering van de Balthasarsblog sinds ik er precies een jaar geleden mee begon. Toen - dat hele jaar geleden dus - dacht ik: twee stukjes per week, dat kan ik maken. Tsa, dat was duidelijk buiten de waard van ziekteweken, vakantietjes en hittegolven gerekend! En nu - dat hele jaar na het begin dus - denk ik: toch nog heel wat zeg, tachtig ideetjes, tachtig opstelletjes - en misschien niet táchtig gedichten, maar toch zeker wel zo’n vijfzeventig. Voorwaar, kwantitatief een heel aardig resultaat - geprint een pak van zo’n 150 A4’tjes.
* Zoveel kopij had Paul Nowee - om maar eens een voorbeeld te geven - bij lange na niet als hij het manuscript voor weer een nieuw Arendsoog-deel bij de uitgeverij kwam inleveren. Dus was het voor de afdeling vormgeving meestal nog een heel gepuzzel om van die paar velletjes Nowee-doorslagpapier een boek van 160 pagina’s te laten maken. Want 160 pagina’s druks dat moest het worden, niet meer, niet minder. Elke Arendsoog-titel telde 160 pagina’s, lekker ‘opdikkend’ papier, een harde kaft en een veelkleurig stofomslag. En dat allemaal voor de prijs van f 6,95. ‘Geef een Arendsoog, een écht cadeauboek!’ Maar dat was 1970, nogal lang geleden inderdaad. - Maar goed, de huidige trend in uitgeversland is: dikke boeken. Dus ik zal voorlopig nog maar een jaartje doorschrijven. In elk geval nog dichters en bundels genoeg ‘voor de schaar’, daaraan zal het niet liggen. Nu de ideetjes nog.
* Hoe komt een mens aan ‘ideetjes’? Allereerst natuurlijk door de ‘waan’ van de dag, je maakt ’s wat mee, er schiet je iets ‘te binnen’, ‘iets’ brengt je boosheid op gang, die ene gelezen bladzij die je van je stuk bracht, het telefoontje dat roet in het eten gooit, een tenenkrommende radio-uitzending, de raarste droom in jáááren, een sneeuwhond bij de buren - of sterker: eigenlijk is ‘alles’ goed, als je er maar de juiste Schwung aan weet te geven. Zo hoor ik net dat er op de radio (om drie uur in de middag) een weeralarm afgegeven is wegens hevige windstoten en regenvlagen. En dus geef ik met terugwerkende kracht die marktkooplieden gelijk die vanmorgen om half elf al hun kramen aan het afbreken waren, en trouwens ook die collega’s die maar helemaal niet waren komen opdagen, zaterdag-voor-oudjaar-markt of geen zaterdag-voor-oudjaar-markt! Terwijl ík toch wél de moeite genomen had om in de binnenstad m’n weekendinkopen te gaan doen. Okee, met de bus weliswaar en niet op de fiets, want daar was het weer míj nou weer te slecht voor. - Zó’n bijzonderheidje dus, zo’n actualiteitje, dat valt je zomaar in de schoot, en dat schrijf je dan op. Tenminste, als het aansluit bij waar je gebleven was met je verhaal… See?
* En… wat vindt de lezer daar nu wel van? Ik heb eerlijk gezegd nauwelijks een idee. Want veel reacties heb ik het afgelopen jaar niet gehad. Ja, af en toe was er iemand boos wegens een verkeerd jaartal of een niet genoemd familielid. Een enkele keer was iemand getroffen door het geciteerde gedicht of het beschreven onheil, maar door de bank genomen was er weinig weder-hoor. Is dat erg? Welnee, dat is helemaal niet erg. De dingen gaan nou eenmaal zoals ze gaan, en bovendien vind ik het zelf nogal leuk om de balthasarsblog te kunnen doen. En het mooiste van alles vind ik misschien nog wel dat er mensen via Google-trefwoorden in de balthasarsblog op de site van De Zeepkist verzeilen, want daar gaat het uiteindelijk allemaal om: ‘www.de-zeepkist.nl’ verdient heel veel bezoekers, want de-zeepkist is een breed-georiënteerde, interessante site waar de bezoeker vaak een beetje blijer en sowieso een beetje wijzer van wordt. En die écht actueel gehouden wordt. Kijkt u alleen maar eens even op de home-page van de-zeepkist, echt doen, en u wordt meteen al wat blijer en een beetje beter geïnformeerd, echt waar! En ook voor het betere gedicht kunt u altijd weer terecht op de-zeepkist, telkens aan het slot van een balthasarsblog-bijdrage. Dus: kijken op die site, lezen die blog, genieten van dat gedicht!
* En dit keer is dat een gedicht van Hans Vlek, uit de bundel ‘Onnette sonnetten’, uitgegeven bij Loeb & Van der Velden, Amsterdam 1980. Een gedicht dat heel wel past bij de-zeepkist, al was het alleen al om de slotzin: ‘Zonder vlees zal het dus ook wel gaan.’ En op Hans Vlek zelf, beslist een rare kwiebus, kom ik zeker nog eens terug of in elk geval op z’n (laatste?) bundel met de titel ‘De goddelijke gekte’. Maar dan is het allang en breed 2007, een jaar waarvan ik hoop en wens dat het u en de uwen wél zal bevallen. Tot volgend jaar dus.
VEGETARISCH SONNET
Op de markt ligt in een bak gestroopte paling.
In Madrid zag ik geplukte merels.
Restauranthouders nemen mijn gevoel in de maling.
Slagers noemen zichzelve gaarne kerels.
Bij de Chinees eet ik kip en varkensvlees,
terwijl ik toch gaarne gedichten lees
die handelen over geest en ziel, omdat
de schoonheid mij beviel van jongsafaan,
maar ik zie bontjassen in etalages staan,
terwijl al mijn woorden vergaan in
een ernstig kauwen van het goede graan
en brood waarmee ik de dood
weer uit mijn zo gevoelige bestaan.
Zonder vlees zal het dus ook wel gaan.
naar boven
27 december 2006 En toen en toen en toen
* Je hebt dagboeken en dagboeken. Sommige schrijvers noteren per dag en trefzeker als een boekhouder wat zij gedaan hebben, hoe het weer was en wat er in de krant stond. Daar zijn niet veel andere mensen nieuwgierig naar. Daarom worden zulke dagboeken niet uitgegeven, of het moeten wel heel bijzondere omstandigheden betreffen zoals bv. een concentratiekamp tijdens de tweede wereldoorlog. Andere schrijvers schrijven eens in de zoveel tijd op wat zij juist níet meegemaakt hebben, maar hádden kunnen meemaken ‘als...’ Zulke dagboeken worden uitgegeven als dat ‘als…’ bijzonder interessant is voor anderen. De ultieme categorie dagboekenschrijvers zijn de échte schrijvers; die hebben een heel boek nodig om één dag uit het leven van een Iwan Dinisowitsj (Solsjenitsyn) of een David Windvaantje (Biesheuvel) om en nabij te kunnen behandelen. Hors concours is natuurlijk James Joyce, die - in mijn editie - 872 pagina’s (oftewel 260.000 woorden) nodig had om een enkele dag van 24 uur te beschrijven van Mr. Leoplod Bloom: dinsdag 16 juni 1904 in Dublin. Overdreven? Begin dan eens achteraan in dat boek, en lees het laatste hoofdstuk van 54 pagina’s dundrukeditie waarin niet één enkel leesteken voorkomt! En oordeel zelf. – Het kan nóg anders: er zijn namelijk steden (ook in Nederland!) waar dit boek op 16 juni integraal wordt voorgelezen. Voorgelezen! In één dag!
* Woensdag 27 december 2006 was geen 16 juni 1904, het was zomaar een dag, een inklemmertje tussen drie stokoude kerstdagen en de overgangsrituelen naar nieuwjaar. Veel mensen waren vrij van werk of school en bestormden de stad als hongerige zaterdagkopers. 84 jaar lang was 27 december - ‘Onnozele kinderen’, voor wie dit nog wat zegt - de verjaardag van wijlen onze (schoon)moeder. Het was vandaag lampenweer: donker, grauw met voelbare sneeuwdreiging als in betere tijden, en de ochtendkrant die uren te laat was, nauwelijks gestolde teleurstelling. Buiten was het amper één graad, binnen draaide de wasmachine en de muziek van ‘Aangenaam klassiek 2004’. - En Jan Tromp is dood, de kunstfluiter uit de jaren veertig en vijftig, die toentertijd waarachtig en wereldberoemd was in Nederland (‘Heerlijk land mijner dromen’). Ik las het bij de kapper, in de Telegraaf, in de rubriek overlijdensadvertenties (‘Jan Tromp is uitgefloten’) - maar geen woord voor deze man (BN’er avant la lettre) op de showpagina’s. Waar lees je zo’n krant ánders voor als je bij de kapper zit?
* En ook overigens was het de dag van de kleine dingen die het doen die het doen. Het telefoontje van T. bij voorbeeld, dat ze van plan is om op mijn verjaardag te komen. Een dag ook van het kleine leed bij de drogist, die met Kerstmis zijn winkelramen moest lappen (pardon, dat deed de drogiste), omdat vandalistische pubers er eieren tegenaan gegooid hadden. ‘Maar de namen zijn bekend bij de politie hoor, reken maar van yes!’ / ‘En ze komen bij jullie uit de straat.’ – Kijk, zúlk nieuws, dat spreekt zich rond in een dorp waar de belangrijkste straat ‘Rustoordlaan’ heet.
* 27 december 2006, zomaar een dag, goed om de batterijtjes van het fietsachterlicht te vervangen, de wandelschoenen te poetsen en om de begroting voor volgend jaar op te maken. Maar bovenal een dag om James Joyce te lezen, het einde van Ulysses, dat laatste katern, die slotzinnen (met een door mij bedachte regelval), en die punt, alleen die punt, na het allerlaatste woord, dat ‘Ja.’…
ULYSSES (slot)
… en O die verschikkelijke woeste stroom daar beneden O
en de zee de zee soms scharlakenrood als vuur
en die verrukkelijke zonsondergang
en de vijgebomen in de tuinen van Alameda
en al die rare straatjes en rose en blauwe en gele huizen
en de rozentuinen en de jasmijn en geraniums en cactussen
en Gibraltar als meisje waar ik een Bloem van de bergen was
ja toen ik een roos in mijn haar deed
zoals de meisjes van Andalusië
of zal ik een rode op doen ja
en hoe hij me kuste onder de Moorse muur en ik dacht och
of hij het nu is of een ander
en toen vroeg ik hem met mijn ogen
me nog eens te vragen en toen vroeg hij me
of ik wilde of ik ja wilde zeggen mijn bloem van de bergen
en eerst sloeg ik mijn armen om hem heen ja
en trok hem op me neer
zodat hij mijn borsten kon voelen
een en al zoete geur ja
en zijn hart bonsde wild
en ja zei ik ja ik wil
Ja.
naar boven
22 december 2006 Inburgeren
* Denk ik aan inburgeren, dan denk ik aan taal. En aan mijn eigen ontwikkelingsgang van talige onnozelaar tot nieuwsgierige liefhebber tot student tot redacteur tot jonge vader tot ietwat belezen oudere. Ontwikkelen gaat vaak van au! En nog steeds overkomt het me dat ik woorden en uitdrukkingen leer die ik allang had moeten kennen, en dan bedoel ik écht had moeten kennen. Ik zal daarvan hieronder enkele voorbeelden laten zien. - Dus: als ik denk aan het arbitraire effect van al die uren dat ik in menige taal onderwezen ben… dan groeit mijn bewondering voor de inwijkelingen die hier in onze taal hun mondige zegje kunnen doen enorm. En het maakt me mild voor al diegenen - inwijkeling of autochtoon - die daarnaar onderweg zijn. Want het Nederlandse taaleigen, dat heb je niet zomaar onder de knie - als het je al ooit zal lukken.
* Twee straten bij ons vandaan had fietsenmaker N. op zijn werkplaatsdeur een briefje zitten met de tekst: ‘Gesloten zijnde, telefoon 7458’. Daar kon ik als kind geen chocola van maken, daarom dacht ik dat het ‘Gesloten zijde’ moest zijn, want ‘zijde’ kende ik wel en ‘zijnde’ nog niet. Maar wat ‘Gesloten zijde’ dan zou moeten betekenen, was me evenmin duidelijk. Pas veel later viel het kwartje toen ik het verslag van m’n eerste tafeltennisclubvergadering thuisgestuurd kreeg. Daarin schreef mijn broer als laatste mededeling: ‘Niets meer aan de orde zijnde sloot de voorzitter de vergadering.’ Inderdaad, mijn broer hield van kanseltaal, net als de fietsenmaker.
* Diezelfde wat oudere broer begroet me al sinds mensenheugenis met de kreet: ‘Ah, le christ roi quatre cinq six, alles goed?’ Hij kent deze uitdrukking uitsluitend fonetisch, en volgens mij heeft ie er geen flauw idee van wat ie zegt. Maar waar deze ‘uitdrukking‘ vandaan komt? Ik zou het niet weten. Er is dus niet zoveel verschil tussen mijn broer en mij: hij weet niet wat ie zegt, en ik weet niet wat ie bedoelt. Maar hartelijk klinkt het wel. En dat is óók een betekenis.
* Telkens wanneer ik als kind na een fietstochtje de stad binnenreed bezorgde het verkeersbord ‘Bebouwde kom’ me de nodige overpeinzingen. Werd ik als ‘bebouwde’ toegeroepen om nu eindelijk eens te komen? Maar wat was een ‘bebouwde’ dan voor iemand? Het idee dat een kom bebouwd zou kunnen zijn, kon ik wegens absurditeit niet eens overwegen. Ja, dit koppie werd al vroeg door taalkundige en taalkunstige eigenaardigheden gekweld. En nog altijd sta ik op z’n best ambivalent tegenover het begrip ‘Bebouwde kom’ of ‘Bebouwde, kom!’.
* Toen mijn zoon van zeven met mij over het Kapelaan Koopmansplein in H. wandelde, bleef ie vol verbazing bij het standbeeld van de kapelaan staan. Hij las het bijschrift hardop voor: ‘Hier viel Kapelaan Koopmans op 1 oktober 1944.’ - ‘Krijgen kapelaans een standbeeld als ze vallen? Dan wil ik ook wel kapelaan worden!’ Het kostte me nog heel wat moeite om uit te leggen dat ‘vallen’ niet altijd ‘vallen’ betekent. ‘En wat gebeurt er dan als de avond valt?’
* Een van de weinige boeken die vroeger in mijn moeders bezit waren, en dat ik later nog geërfd heb, heette ‘IJdelijk zweer noch spot’. Toen ik het boek begon te lezen kende ik ‘zweer’ in de betekenis van steenpuist maar al te goed, maar ‘ijdelijk’ was mij volkomen onbekend. Dat moest dus wel een intrigerend boek zijn. Nou, het was een waarachtig EO-verhaal avant la lettre, het kwam erop neer dat de hoofdpersoon Gods naam wel eens per ongeluk of opzettelijk in de verkeerde context bezigde, en daarvoor ijselijk gestraft werd met donder en bliksem, verbanning uit het paradijs, de hel. Dat zou hem leren, en ons – lezers – ook; dat was tenminste de bedoeling, want ‘Gij zult de naam van de Heer uw God niet ijdel gebruiken’. Inmiddels had ik gelukkig geleerd hoe je een woordenboek gebruikt, en daarom koos ik voor dit geval de betekenis ’pronkzuchtig’, dat leek me een hele mooie vertaling die goed paste bij dit heilige boekwerkje. Maar toen moest ik weer bij ‘pronkzucht’ gaan kijken… En zo werd dit heilige boekje vanzelf een leerzaam boekje.
* Iedereen kan dit soort voorbeelden noemen, veronderstel ik, uit eigen ervaring. En waarom volhardt neef T. dus in de uitspraak ‘uro’ in plaats van ‘euro’? Als je toch wéét dat het ‘gehakt’ is, waarom blijf je dan toch ‘gehak’ zeggen? Of ‘plafon’ of ‘chloresterol’ of ‘isias’ in plaats van ‘ischias’ of ‘eensgezinswoning’? – Dus wat zul je dan lachen nog om een Surinaamse die het over de ‘suidelijke son’ heeft?
* Tot slot een oefening in nederigheid voor iedereen - autochtoon of inwijkeling - die de taal - de Nederlandse taal - zo’n beetje onder de knie denkt te hebben. Wat wil Marten Toonder nou precies zeggen in zijn gedicht ‘Barlemanje’?
BARLEMANJE
’t Was grol en gloei / En slomig broei
In lure, slore stirren.
Het was sar stomig in mijn krol,
Daar stonk een kwalm van schit en brol,
Er sloomden glome knirren.
Ik trok geen moen / En zoog geen droen,
‘k Was grollig, daar mijn kleddel
De vale walm had ingewigd
En norksig drielde naar de schicht,
Die wijlde in de peddel.
Nu dralleboort / Een vuurgaljoort
En knaspert door de klijven.
’t Is of er stomen glomen gaan
En moenen in de krolle slaan
En stoffe stekkels stijven.
Nu gaar ik kwas / En werp ik stras,
Nu is de moen gevangen.
Ik trek een gloederige sproet,
(Als kwalmerige peddel doet)
En droen dralt door de prangen.
naar boven
16 december 2006 Biesheuvel
* ‘De P.C. Hooftprijs voor literatuur is dit jaar toegekend aan J.M.A. Biesheuvel, voor zijn gehele oeuvre.’ Grote foto op de voorpagina van de krant van een warrige man met miskamd haar en dikke ogen van de medicijnen, zijn redderende vrouw Eva op de achtergrond aan de telefoon. ‘Ik ben al jaren uitgeschreven hoor. Verzinnen kun je niks, m’n autobiografische gegevens zijn op, en invallen heb ik niet meer. Misschien hadden ze de prijs beter aan iemand anders kunnen geven.’
* Honderden verhalen heb ik van hem gelezen, in het laatste kwart van de vorige eeuw, en ik herinner me niet één teleurstelling. Spontaan kan ik misschien zo’n tien titels noemen, en waar en hoe ik ze gelezen heb. Maar waar al die andere gebleven zijn? Gelukkig hebben we de boeken nog, niet ál zijn boeken misschien, maar toch zeker zo’n bundel of elf. ‘In de bovenkooi, Slechte mensen, De verpletterende werkelijkheid, Reis door mijn kamer, De angstkunstenaar, Een overtollig mens…’ Stuk voor stuk titels met een kernlading. Ik ben het komende weekend wel onder de pannen, hoor!
* En ook mijn kinderen M. en M. waren er gek op. Dat denk ik tenminste, want in die tijd, zo rond 1980, kropen ze op zondagmorgen nog altijd bij ons in bed, en dan moest ik ze voorlezen. ‘Juun!’ bij voorbeeld, en ‘De kaartenmakers’, ‘Poes op tafel’, ‘Relaas van een schipbreukeling’, ‘Brommer op zee’, enzovoort, enzovoort. Maar het kan ook zijn dat ik ze zo graag voorlas, en dat de kinderen weinig te kiezen hadden... Zoals ik ze ook weinig te kiezen gegeven had toen ik voorlas uit de bijbel, of gedichten declameerde van Gezelle (Boerke Naas!). Toch ’s navragen hoe ze zich Biesheuvel herinneren, en welke titels ze van hem in de kast hebben staan.
* Als kleine ‘proeve’ van zijn schrijverschap hierbij het begin van ‘Onttakeling’, een verhaal uit de bundel ‘De verpletterende werkelijkheid’: “Het is zondag, tien uur in de morgen van paviljoen F in het gekkenhuis. David Nyborg staat bij de deur. Een glazen deur, hij is op slot. Het zou zo makkelijk zijn om te beweren dat David depressief is. Om alles waar hij aan lijdt onder één noemer te brengen. Bij hem spelen angst een rol en grootheidswaan en het idee achtervolgd te worden, maar vóór alles is hij teleurgesteld. Het leven is niet geworden wat hij er als kind van verwachtte.” - Maar als je krankzinnigheid werkelijk briljant verpletterend (én andersom!) beschreven wilt zien, lees dan ‘Een dag uit het leven van David Windvaantje’, het slotverhaal uit dezelfde bundel. Het is een lang kort verhaal (p. 273 t/m 326), en niet iedereen kan het tot het einde toe aanzien. De laatste die dit boek van me leende gaf het me terug met een ezelsoor op p. 280…- Terwijl ik het een van de drie mooiste korte verhalen uit de Nederlandse literatuur vind. (De andere twee? Bij voorbeeld: ‘Dominee met strooien hoed’ van Jan Wolkers, en ‘Wat gebeurde er met sergeant Massuro?’ van Harry Mulisch.)
* ‘Ach,’ kraaide Martin Ros vanmorgen in zijn boekenrubriek bij het radioprogramma ‘Tros-nieuwsshow’, ‘iedereen is wel eens depressief. Maar dat is toch geen reden om maar op te houden met schrijven, of om de P.C. Hooftprijs te krijgen. Waarom geven ze die prijs niet aan Maarten ’t Hart, die krijgt nóóit iets, terwijl die man zich voortdurend vernieuwt, onlangs nog met die historische roman, een nieuwe visie op de historische roman, Mieke! Biesheuvel, ach dat is toch veel te laat, die man schrijft al jaren niks meer en wat heeft ie nou helemaal geschreven!? Die prijs moet naar Maarten ’t Hart, Peter! Dat vind jij toch ook?!’ – Ik denk dat Maarten Biesheuvel een hilarisch verhaal over deze parmantige grootspreker had kunnen schrijven, met een kakelende Ros-implosie aan het slot. Jammer dat Biesheuvel niet meer schrijft! Echt jammer. Maar eerlijkheidshalve kun je natuurlijk ook best beweren dat het genoeg geweest is. En dat het goed geweest is. Héél goed!
* Om te eindigen een kort citaat - het slot om precies te zijn - uit het verhaal ‘Bewogenheid en Paradijs’, uit de bundel ‘De bruid’, Meulenhoff-Amsterdam, 1982:
Bewogenheid en Paradijs (slot)
‘Ja, het gaat goed met Maarten de laatste tijd,’
hoorde ik Eva zeggen, ‘ik weet niet wat hij heeft…’
Twee tranen biggelden over mijn wangen.
‘Die man in het riool,’ dacht ik,
‘die jongen achter het traliewerk in de stront,
zo vlak bij het open water van de Weichsel…
misschien heeft hij toen ook wel aan de overkant
een vogel over de velden zien vliegen,
met rustige wiekslag, van bomenrij naar bomenrij,
laag over het koren, met een volle maag en tevreden…
die vogel vloog “als flöge sie nach Haus”, en op dat moment
zal die jongen wellicht gedacht hebben:
“Maar op de hele wereld zal er toch wel één mens gelukkig zijn?”
God!, laat mij dan die ene mens zijn!’
naar boven
balthasarsblog 18/12/06
8 december 2006 Een dag met een vlag
* Donderdag 7 december, eerste donderdag van de maand, vaste wandeldag van het ‘Voetvolk Goedvolk Sinds 2001’. Dit keer stond er een lichte verrassingstocht in de buurt van H. op het programma. ‘Licht’ wegens de korte dagen in het winterjaargetijde; de ‘verrassing’ kwam als gebruikelijk uit de lucht vallen. * Behalve een als ‘Prachtig! Prachtig!’ gekwalificeerde wandelroute had de organisatie deze keer een alternatief ‘Plan B’ bedacht, voor als het slecht weer zou zijn. En slecht weer dat was het, maar de organisatoren waren zich niet langer van een Plan B bewust. En dus togen we na de ontmoetingskoffie op station H., zoals dat heet, welgemoed op pad – alle vaste lopers plus één gastloper, de kranige D., die zo graag voorop loopt. * Het regende en het goot, de wind speelde het spel krachtig mee, en iedereen was zich ten volle bewust van wandeluitgangspunt nummer één: alles gaat altijd door. De spullen in de rugzakjes zaten vanzelfsprekend watervrij opgeborgen in plastic tasjes, en bovendien zou het weer al vroeg in de middag drastisch opknappen: Erwin Krol zelf dixit (of Gerrit Hiemstra, dat weet ik niet precies meer). Ja, in de loop van de vroege middag zou het droog worden omdat al die grijze luchtbedekking dan inmiddels de wijk genomen zou hebben naar het oosten, ‘naar Duitsland dus’. (Klein plagerijtje, zo’n ruime 50 jaar na de oorlog?) * Binnen tien minuten na de start waren alle onbedekte en slecht beschermde onderdelen door- en doorweekt, was N.’s parapluutje al enkele keren aan een plagerig eigen reisje begonnen, bleek het goretex-schoeisel aan zelftwijfel ten onder te gaan en meldde F. vanonder haar pet-en-capuchoncombi dat de tocht toch werkelijk ‘Prachtig!Prachtig!’ was, maar dat het zo ‘Jammer!Jammer!’ was dat we daar nu niks van meekregen. De enkele automobilist die ons stormenderhand voorbijsnelde had de middelvinger, maar het kan ook de ringvinger geweest zijn, verdacht dicht bij het voorhoofd. Een eenzaam schapenkot stond treurend maar lonkend in het verre veld. Het cluppie stampte dapper voort door modder en moeras. En wat ze thuis wel dachten, natúúrlijk ging het wandelen door, ál-tijd. * Voor de middagboterham hokten we dicht bij elkaar onder een paar bomen boven een houten hek dat voor virtuele rugdekking zorgde. De stemming leek waarachtig wat te kantelen en neigde nu algemeen naar jammerjammer in plaats van prachtigprachtig. ‘Zie ik goed dat het ginds wat lichter wordt?’ - ik was de enige die het zag. En hup, daar ging het pluutje weer. Het vocht in de spijkerbroeken begon naar boven te kruipen, de kousen doorweekten de schoenen als een vijfde colonne. * En eindelijk, eindelijk rees daar uit het watergordijn de uitspanning met de lieflijke naam ‘De Nachtegaal’. Vlug even plassen en dan lekker aan de warme koffie. En gezamenlijk dropen we de entreehal in een mum van tijd gezellig nat. ‘Nee, u kunt hier geen koffie drinken. Geen tijd. We zijn met de kerstversiering bezig. Dagdusmaar.’ - Zelden zo genoten van de Brabantse gastvrijheid als op donderdag 7 december bij uitspanning ‘De Nachtegaal’ te S. Maar later, bij de organisatie thuis, kwam dit allemaal natuurlijk weer goed, met koffie en geleende broeken, een warme kachel en verse kousen, erwtensoep en krokante balkenbrij. En vooral natuurlijk met een goed gesprek. Eerst nog over Jomanda en andere bijgelovigheden (‘Respect, man!’), maar allengs toch ook over het weer en het nut van wegregenend voetvolk. * Was dit weer erger dan 2 januari 2002? Ja, dit weer was erger dan 2 januari 2002. Moet het bij zulk weer dan eigenlijk wel doorgaan? Nee, bij zulk weer moet het niet meer doorgaan. ‘Dan is bij deze het nieuwe uitgangspunt gesteld: met weer als op 7 december 2006 gaat het niet meer door; dan treedt automatisch Plan B in werking.’ – ‘Maar het is wel goed voor je karakter he, zo’n barre tocht door onmogelijk weer, toch?’ Achach, 7 december 2006, een dag met een vlag! * Op weg naar huis, veilig in de trein, wind en water buiten, giert mij nog Gezelle door de kop, Guido, met ‘De winden’ die spreken op pagina 276/7 van het Prismabundeltje ‘Gedichten’:
DE WINDEN
De zee, de zee, ze ’n zoeft bijkans zoo zeer niet als de boomen, daar, wild, de winden deure rijen, te peerde, en zonder toomen.
Aan ’t roepen gaan tienduizenden tienduizenden van blâren, alsof ’t zoveel tienduizenden van dolle menschen waren.
De regen ronkt, en geuten gaan, gegeeseld, allenthenen, de natte boomen buigen doen, en bulderen en stenen.
Hoort! Nog nen keer, en nog nen keer, hertuiten en hertieren de wilde winden: wederom is ‘t zeegeruchte aan ‘t gieren.
Geen einde ervan! De vogels zijn gevlucht, de takken breken; verloren is de stemme mij gegaan! – De winden spreken.
naar boven
30 november 2006 Traplift
* Mijn broer T. heeft al jaren een kunstknie. Zijn eigen knie was totaal op en versleten van al dat werk wat ie gedaan heeft. Die kunstknie begint nu te slijten, en kan niet nog eens vervangen worden door een andere kunstknie. Heeft ie me verteld, dus dat zal dan gerust wel zo zijn. Al die jaren kon hij behoorlijk uit de voeten met dat kunstwerkje, al was het dan nooit meer ‘als vroeger’. Maar tevreden was ie wel. * Nu krijgt hij steeds meer moeite met traplopen. T. en zijn vrouw R. wonen in een drieverdiepingenhuis, met de woonkamer op 1 en de slaapkamer op 2. Op 0 heeft T. z’n werkplaats en tuintje. De oplossing voor T.’s problemen is simpel: trapliftjes. Of liever gezegd: een trapliftje, van 0 naar 1 – omdat ie die trap vaak moet nemen. Naar de slaapkamer op 2 vindt ie een traplift niet nodig. De aanvraag loopt al jaren, of in elk geval minstens twee jaar. Zelf kan ie zo’n trapliftje van z’n langzalzeleven niet betalen. Daarvoor hebben ze hem vroeger altijd te weinig betaald voor zijn werk. * ‘Kijk ‘s hier,’ zeggen de instanties die erover gaan, ‘u wilt nu één traplift, maar wij weten dat u over een tijdje toch om die tweede komt zeuren. Twee trapliften voor zo’n huis als het uwe, en gezien uw leeftijd, dat vinden we te begrotelijk. Ergo: u krijgt geen trapliftjes, ook niet één.’ Dit alles speelt zich af in de bourgondische stad H. waar veel megalomane bouwprojecten gerealiseerd worden voor instituties en inwoners met (te)veel geld. – Maar mijn broer (en zijn vrouw!) laat het er niet bij zitten. Hij zoekt het ‘hogerop’. Al gieren bij elke nakende confrontatie met de subsidieverstrekkers en arbiters de zenuwen hem (en zijn vrouw!) dagenlang door het lijf. Op zíjn manier is het een dappere man (en vrouw!). * Mijn broer – 76 is ie inmiddels – (én zijn vrouw) is gehecht aan zijn huis en zijn wijk (mirabile dictu, maar tóch). Dus verhuizen wil ie niet. En kan ie niet, omdat er geen aanbod is van gelijkvloerse huizen met eenzelfde wooncomfort tegen een betaalbare prijs – oude(re) mensen met een minimaal inkomen hebben sowieso niks te kiezen. Jongere mensen met een minimum trouwens evenmin. Waarom ís dit eigenlijk zo? En waarom blíjft dat maar zo? Soms háát ik het westers kapitalistische systeem dat kasteelwoningen bouwt voor de haves, en een trapliftje weigert aan een have-not in een premie-A-woning. God zou zich verdomme eens in zijn graf moeten omdraaien, en zich uitspreken over gelijkheid, en rechtvaardigheid, en broederschap! * Maar misschien wil ie wel klein beginnen, bijvoorbeeld met een links kabinet van PvdA, SP, GroenLinks, Partij voor de dieren en, vooruit dan maar, mét de Christenunie. Ik hoop dat mijn broer (en zijn vrouw) vorige week alvast op één van die partijen gestemd heeft. Zo niet, dan gun ik hem dat trapliftje – ‘Ga zitten, schrijf twee!’ – toch van ganser harte. * Om niet ál te zwaar te eindigen zocht ik m’n heil bij de dichtbundel ‘Geduldig lijden’ van Lévi Weemoedt. En citeer daaruit pagina 36, het gedicht ‘Weemoedts Internationale’. En hier tenslotte nog even de bemoedigend korte achterflaptekst: ‘Tranen die in de havermout vallen, saucijzenbroodjes die uit treinraampjes vallen, een hond die ligt te snikken in zijn mand, schoenen die knellen, meisjes die het op een verschrikt lopen zetten als je ze aanspreekt: het leven in de gedichten van Lévi Weemoedt is zo treurig dat je er weer vrolijk van wordt.’
Weemoedts Internationale
‘t Liefst trok ik helpend door de hele maatschappij: gaf ’t jonge leven voor het welzijn in fabrieken; verlichtte hier wat leed en maakte daar wat vrij. Bracht zo een kwinkslag aan de ongeneeslijk zieken.
Ik sloeg mijn tenten op vóór Wilton-Feyenoord, vermaakte ’t werkvolk met wat leuke imitaties en gekke stemmetjes of schalkse declamaties. En stond met druivesuiker ’s avonds aan de poort.
Maar waar ik kom slaan hele klassen op de vlucht: een werf stroomt leeg, een drukke helling wordt verlaten.
Dan keer ik bitter weer, langs onverlichte straten, en slinger troosteloos mijn feestneus door de lucht.
naar boven
28 november 2006 Michelin-gids
* Gisteravond een klein stukje van ‘n tv-programma gezien. (Vraag me niet welk programma, ik zou het niet weten. Net zomin als welke zender of welke omroep dan wel tv-station het was. Ja je valt eens binnen terwijl iemand anders zit te kijken, en ‘je neemt er wat van mee’, want storen met je gevraag, dat wil je nou ook weer niet.) Een deskundige (?!) jury van drie leden zat er diepvriesmaaltijden voor bejaarden te beoordelen. De leden van de jury: Sylvia Witteman (bekend van de Volkskeuken), Marjan Berk (zelf al redelijk op leeftijd), en van de derde persoon (een man) weet ik niet wie het was of is. * De maaltijden waren door een terzake kundige ‘hulp’ volgens de instructies op de verpakking opgewarmd. Dat leverde bij voorbeeld vissticks op die nog met geen hakbijl in hapklare ouderen-brokjes gekliefd zouden kunnen worden. En stukjes ‘vlees’ die altijd en alleen maar zout en papperig waren, en van elk en dus ook van geen enkel dier afkomstig hadden kunnen zijn. Aardappelen waren ondefinieerbare hoopjes zoute prut dan wel 100% neutrale nikserigheid (‘Dat zijn uw woorden.’ / ‘Jazeker, edelachtbare, dat zijn mijn woorden.’). De jury zat er plaatsvervangend mee in z’n maag, en kon geen woorden vinden die sterk genoeg waren om deze fabrieksrotzooi voor het gerecht te dagen. * Je moet er toch niet aan denken dat je zodanig oud en der dagen zat geworden bent dat je deze troep op te warmen krijgt, en dat je dan ook nog blij bent dat anderen je te eten en te drinken geven. Hoe diep kun je vallen als je gewend was om zonder vlees of magnetron, maar mét veel groenten, fruit, fantasie en duizend andere gezonde producten smakelijke maaltijden te bereiden – toegegeven, dat kost wat tijd en aandacht en geld, maar dan heb je ook wat: lekkere, gezonde kost die er mede toe bijdraagt dat je het leven het leven waard vindt. * Op dezelfde tv-avond gister was er in het nieuws veel aandacht voor de jaarlijkse Michelin-sterren-regen. Zo werd de tweedeling in de moderne Nederlandse samenleving in een tijdsbestek van slechts twee tv-items weer eens schrijnend duidelijk: het Park-hotel verliest twee van z’n drie sterren en stort daarmee half culinair Nederland in een kortstondige eetcrisis; bejaarden in aanleunwoningen krijgen via de diepvries-maaltijdservice louter bagger aangereikt – en dan ook nog met foute of onvolledige opwarminstructies. Niet dat dat laatste veel uitmaakt… * Nog twee toetjes dan, een wrang en een zoet nagerecht. Ten eerste is alles wat hierboven staat natuurlijk ook betrekkelijk van aard. Dat kon je afgelopen VPRO-zondagavond zien, in de in 2005 bekroonde documentaire over de Victoria-baars (Darwins Nightmare): het meeste vissersvolk langs de oevers van dat Victoria-meer moet leven van vissenkoppen en graten terwijl wij hier de fileetjes met bakken uit de supermarktschappen halen. – Het tweede toetje betreft de culinaire STER die mij hedenavond door M. toegekend is wegens alweer een overheerlijke warme avondmaaltijd waar zij net íets teveel van genoten had. Waarvan akte in deze balthasarsblog.
naar boven
26 november 2006 Slangetje, stangetje, gangetje
* En ja hoor – om even in te haken op het slot van de vorige balthasarsblog - niks Afrikaanse poëzie deze keer, want: extreme omstandigheden! En nee, niet van die klimaatextremiteiten als precies een jaar geleden – toen er hier in het oosten op 25 november 20 cm sneeuw viel en er elders in Nederland de uiterste nachttemperatuur van –20 (min twintig graden Celsius!) gemeten werd – maar een acute ziekenhuisopname van M. Met enterogastritis of zoiets, een heftige infectie van het maag/darm-kanaal. Buiten was het 17 graden, binnen lag M. binnen 24 uur tijd volledig uit te drogen.
* Dat laatste, van dat uitdrogen, dat wisten wij tijdens die 24 uur natuurlijk nog niet. Okee, M. had voortdurend hoge koorts, zat om de haverklap met diarree op het toilet, en kwam daar steeds zwabberender vandaan. Buikgriep, dacht ik voorlopig. Maar pas toen de huisarts tijdens zijn visite drie keer de bloeddruk gemeten had (van 60 over 40 via ongeloof naar 70 over 50) werd de ernst van de zaak ons duidelijk. Met spoed en per ambulance naar de afdeling interne geneeskunde van het hospitaal. Met dank aan de doortastende huisarts S. van het piepkleine dorpje E. Maar wat wil je: Fries en voormalig sportarts!
* Zes liter vocht werden de eerste dag per infuus naar binnen gesluisd, zout en kalium vooral. En acuut stoppen met die bloeddrukverlagende medicijnen natuurlijk. Langzaam begon het tot M. door te dringen dat ze al die dagen niet meer geplast had, niet gezweet had, dat er niks te snotteren geweest was, en dat er bij het huilen geen tranen gevloeid hadden… Langzaam, langzaam keerden de kansen via het slangetje – en binnen twee dagen ziekenhuis (‘dát is snel!’) zag mevrouw er weer levendig uit. Het avondbezoek van de derde dag was danig teleurgesteld over wie ze daar, of liever gezegd hóe ze mevrouw daar in bed zagen liggen. ‘Maar je had toch wel een beetje kunnen spélen dat je nog heel ziek was,’ meende I. Hoe dan ook: deze ziekte kwam te paard en… vertrok te paard! Dachten wij.
* Met de infuus aan een verrijdbaar stangetje toog M. naar gang, balie en toilet, en bood zelfs aan om de rolstoel van een kamergenoot aan te drijven: had die ook eens een verzetje. Dat ging niet helemaal naar wens, omdat stangetjeswieltjes en rolstoelwieltjes wat al te graag met elkaar wilden dansen. Hoe dan ook: daarmee was het ijs met de drie kamergenoten glansrijk gebroken. Wat een gelukkie was, want drie in zichzelf verzonken oude heren als lotgenoten, dat gaat ver hoor. Zelfs als je zelf jezelf ook niet bent.
* De zaterdagtaxi bracht ons binnen een kwartier naar huis. En toen bleek het tobben met de vooruitgang. Met moeite bereikte M. de bank – en daar ligt ze nu nog steeds. Blij dat ze niks anders hoeft. Kon het donderdagavondbezoek dít maar eens zien… En nu vooral opletten of dit wel goed genoeg gaat. Zeker ook omdat we nog steeds niet weten waar deze ontsporing aan te wijten geweest is. Ik denk dat ik maar weer eens poolshoogte ga nemen. Heb ik al zeker een halfuur niet meer gedaan… ’s Zien of ze kan (glim)lachen om het gedicht ‘Beroepskeuze’ van Judith Herzberg. Wilt u dit ook wel, (glim)lachten om het gedicht van Judith Herzberg? Kijk dan even naar het slot van de ‘balthasarsblog’ van 6 mei 2006, ‘Verval 2’ geheten. - ‘En beide zonen zouden altijd / bij haar blijven, hun leven / aan haar wijden en nooit / zou haar iets overkomen, / nooit, nooit zou ze slijten.’
naar boven
18 november 2006 A day in the life
* Fietsen hier gestald worden volledig gedemonteerd. Handgeschreven dreigement achter een woonhuisraam in de Waterstraat te Z. Voor het huis staat een fout geparkeerde auto met een heel oude ‘Blij-dat-ik-rij’-sticker op de achterruit, en nog half op de stoep ook. Gelukkig hoef ik niet op dat adres te zijn, en kan ik de tekst zomaar onthouden zonder af te stappen en pen en papier tevoorschijn te halen. Wel even repeteren onderweg natuurlijk! Is tevens goed voor de kleine grijze celletjes, dat repeteren bedoel ik. Het brood had ik gelukkig al gekocht, anders was ik dát misschien wel vergeten… - Donderdag 16 november 2006 kortom is wat wonderlijk begonnen, beetje agressief wel, en ook een beetje dom.
* Goed en wel thuis zet ik de radio aan, en val middenin het programma ‘Standpunténnel’ van Sjors Fröhlich. Over Femke Halsema gaat het, en dat ze Wouter Bos en Jan Marijnissen uitgenodigd heeft voor een etentje, om alsnog en opnieuw en nog net voor de verkiezingen met z’n drieën de mogelijkheden van een linkse samenwerking door te kauwen. Die Sjors, die heeft er weer populistisch, machistisch en vooroordelig veel zin in hoor, dus kraait hij: ‘Ík zou het wel wéten als ik door Femke uitgenodigd werd voor een etentje! Hoewel… dat zal dan wel weer macro-biotisch zijn… Mwa. Zégt u het maar, móet er een linkse regering komen? Ja, u bent in de uitzending, zégt u het maar.’ Publieke-radiomismaker-numberwan. En nog punténnel ook.
* ‘s Middags doe ik een poging om onze grasvelden bladvrij te maken – want blad, en zeker nat blad, is slecht voor het gras. Daar komt mosvorming van. En niet dat wij geen mos hebben – veel, heel veel op het tuintalud bij voorbeeld. Maar om dat nou willens en wetens te vermeerderen, nee! Enfin, tijdens het harken blijkt het gras weer gegroeid, en veel meer dan gebruikelijk is in deze tijd van het jaar. Maar ja, alweer een warmterecord in november, dan krijg je dat. De witlofworteltjes zitten misschien wel veel te diep onder het blad. Tenzij het natuurlijk extreem koud wordt, komende winter, zo nu en dan.
* Op de opwindradio klinkt het bericht dat verpleeg- en verzorgingshuizen vóór de zomer (en winter) maatregelen gaan nemen om extreme weersomstandigheden te lijf te gaan. Want ‘wegens de toenemende opwarming van de aarde en het broeikaseffect’ gaan de huizen er vanuit dat er elke zomer wel een of meer hittegolven zullen zijn. En dat is slecht voor de verpleegden en de ouden – meer airco’s dus! - En ook sommige politieke partijen blazen werkelijk hun milieupartijtje mee tijdens deze verkiezingscampagne, een fraai voorbeeld: dubbeldeks wegen en meer, veel meer asfalt om de files op te lossen: is getekend, Mark Rutte, VVD. Tezelfdertijd eisen Delftse studenten van GroenLinks dat Schiphol zijn ongebreidelde gang kan blijven gaan – wat hebben zij anders aan hun studies vliegtuigbouw en luchtfietserij? ‘Wilt u ons soms brodeloos maken en houden?’
* ’s Avonds bij ‘Nederland kiest’ krijgen we als gebruikelijk weer eens te zien wat volgens dat programma ‘de straat’ ervan vindt: ‘zakkenvullers, ze doen er helemaal nada niks aan, al dat vreemde tuig het land uit, niet dan?, nou dan! En leve het CDA, want die zijn goed voor de boeren.’ – Je snákt naar dat enkele programma waarin weloverwogen en rustig op niveau gedebatteerd wordt over belangrijke thema’s en onderwerpen. En dan niet in drieëneenhalve minuut. Maar ja, dan moet je je als gespreksleider natuurlijk goed voorbereiden, en dan haal je waarschijnlijk niet die populistisch hoge kijkcijfers. Nee? Nee. – En die Pauw en Witteman, die ga ik binnenkort ook eens een veeg uit de pan geven. En waar blijft de VPRO?
* Tot zover deze mopperblog, en zónder moppergedicht want daar heb ik nu even helemaal geen zin in. ‘En daarom geef ik u over aan de verpozingen die de radio u pleegt… te bieden.’ (Is van Colijn, die man van ‘gaat u maar rustig slapen’ ja. En met dank aan het zondagochtendradioprogramma OVT.) – Volgende keer een special over Afrikaanse poëzie, tenzij extreme omstandigheden…
naar boven
7 november 2006 Op controle
* Van de week het staartje van het Hanzestedenpad gelopen, van Zwolle naar Hasselt. Dat is de rechter-variant van het staartje, omdat het pontje van de linker-variant in november niet meer vaart – zodoende kun je dus niet naar Hattum ‘lopen’ (het andere eindpunt). De rechtervariant blijkt voor de wandelaar matig tot pedt, (ja, met dt) want voert voornamelijk over harde wegen met verkeer naar het stadje Hasselt, en dat is dan weer goed of zeg aardig en in elk geval mooi oud. – Is een half uur stevig doorfietsen naar de polikliniek eigenlijk wel een goede voorbereiding op het maken van een hartfilmpje?
* De laatste toeloop naar Hasselt, via de Stenen Dijk langs waterige uiterwaarden, is in elk geval apart omdat het hier een van de weinige stenen dijken van Nederland betreft. Een stenen muur dus aan de waterzijde van de dijk (in de verre verte een vermoeden van de Zuiderzee van toen), in de plaats van een talud. En ik zeg nou wel ‘muur’, maar eigenlijk zijn het allemaal aparte muurtjes naast elkaar - omdat de dijk door de vele bezittende particulieren onderhouden moest worden, en die hadden allemaal zo hun eigen ideeën en mogelijkheden. Leuke info uit het Hanzestedenboekje. - Nee, deze keer hoeft u geen hartfilmpje te laten maken, daar heeft de cardioloog niet om gevraagd. Gaat u maar in de wachtruimte zitten, dan roep ik u zo voor de bloeddrukmeting.
* In Hasselt is rond het maandagse middaguur zegge en schrijve één eetgelegenheid open: Café de Zon. Met op het buitenbord de goulashsoep als lokkertje van de maand. Binnen hebben ze linzensoep (!), erwtensoep, tomatensoep en ander blikwerk. En ook: broodjes en uitsmijters, tosti’s en berenburg. Maar geen salades. De broodjes zijn te doen, de jus d’orange is weggegooid geld. Er zit wel leven in De zon, senioren en kerstpakkettenverkopers wisselen elkaar af met saucijzenbroodjes en gebakken eieren, de man aan de fruitautomaat heeft duidelijk verdriet en geld teveel, aan de bar is het broodje-bal en chocomel met vrienden – en binnen drie kwartier is de café-bezetting volledig van samenstelling veranderd. Hoog tijd om weer eens op te stappen. - Uw bloeddruk is nog wat aan de hoge kant. De cholesterolwaarden en ook de triglyceriden zijn prima. Tja… vijftigprocentsvernauwing in de rechter kransslagader… gewoon doorgaan met de medicijnen lijkt me. Welke medicijnen hebt u ook alweer?
* Hasselt is een Hanzestad in miniformaat – bijna schreef ik: Hanzestadje in miniformaatje, maar de mensen zijn er van een normale omvang en lengte, twee keer ‘-je’, dat kan dus echt niet. De meeste gebouwen zijn poppenhuizerig, en in heel wat ‘inkijkkeukens’ aan de voorkant van de straat moet je een klein kontje hebben om het te kunnen keren. Er wordt veel gerenoveerd in Hasselt, dus die mensen zullen er wel graag wonen. De kerk is vooral groot, en het oude stadhuis ronduit prachtig. De laan naar het kerkhof is een plaatje, zonder meer. En dan zijn we al weer bij de bushalte. - Blijven opletten met vet. En doorgaan met die goede leefstijl. En over een halfjaar terugkomen, dunkt me. Loopt u even mee naar de balie?
* De bus terug naar Zwolle voert over grote wegen. Halverwege de rit wordt er links en rechts zwaar geploeterd in het veld, rioleringsbuizen en damwandprofielen, dát werk. Hier verrijst een compleet nieuw stadsdeel, Zwolle Zuid 3 of aanduidingen van gelijke strekking op de billboards. Niet bepaald een wandelgebied. Gelukkig hebben we nog een vers ‘Marskramerpad II’ in de kast liggen als ik me niet vergis, Amersfoort/Apeldoorn, dat wordt weer genieten. - 8 mei, schikt u dat, om 11 uur 40? Dan moet u eerst een hartfilmpje laten maken. ‘Nu wel?’ Ja, dat staat hier. En om 11 uur 50 dus bij de cardioloog. ‘En geen bloedprik?’ Nee, dat geeft de arts niet aan. Tot ziens maar weer. ‘Tot ziens.’
* In 1975 zat ik in deze omgeving ook in de bus, met M. en de kinderen. Het was april, de lucht was grijs van sneeuw, en we logeerden in een chauffeurscafé te H. In dat café schreef ik een paar ‘gedichten’, waaronder het volgende ‘Zonder titel’. Gouden tijden!
ZONDER TITEL
de kinderen op schoot
rijdt de volle bus
onder de wattenlucht
van z naar h
spitsuur buiten guur
geen tijd
om te turen
of te praten
ik doe mijn ogen dicht
“hulp geven in nood hulp vragen”
kan ik wel dromen
naar boven
4 november 2006 Herfstigheden
* Net als de lente loopt de herfst dit jaar wéken achter - op gevoel vergeleken met andere jaren dan. Dat is vooral te merken aan de discrepantie tussen het licht en de toestand van de natuur. In het voorjaar was het koud en de bomen bleven maar kaal, terwijl het licht al teder gebladerte en ontkieming alom suggereerde. Nu… is het al aardedonker als je aan de voorbereidingen voor de avondmaaltijd begint, terwijl bijna alle bomen en struiken nog volop in blad zitten. Bollen kunnen nog niet de grond in omdat de borderplanten nog geen duimbreed toegeven. 4 november 2006, ja hallo! De eerste nachtvorst hebben we alweer gehad, het is tijdelijk koud, regen en storm vlagen over het land, het eerste blad is weliswaar gevallen maar dat gaat zo verder nog een hele tijd duren: zoveel hángt er nog. En als je ’s morgens wakker wordt is het hartjewinters donker. Herfst, maar met opmerkingen.
* Zo heb ik vandaag urenlang blad van de grasvelden verwijderd omdat… dat gras nog een keer gemaaid moest worden. Dubbel werk deze keer dus. En achter mijn rug ging het dwarrelen op de gekorte grasvelden gewoon verder. Keek ik omhoog, dan deden de bomen net of er nog niets aan de hand is. Volgende week alleen maar blad harken, het maaien is over – hoop ik. En half december het gras bijvoeren – als het laatste blad verwijderd is. Vervolgens moet je het gras drie maanden met rust laten, zeggen de deskundigen. – Kijk, als ze dát zeggen, dan mag ik ze wel, die figuren.
* En – volgens planning – vanmiddag ook de witlofplanten gerooid. En ik zal het maar meteen ronduit toegeven: een totale deceptie. Want eigenlijk valt er niks in te kuilen. Wórtels verwachtte ik, stevige witte jongens, met voldoende groeistof voor mooie witte stronkjes-op-termijn. Maar wat ik uit de grond stak zijn miezerige grijswitte uitlopertjes van centimeters lang en millimeters dik. Ik heb de tip om niet te bemesten in mijn onschuld weer al te letterlijk genomen, en dat die grond daar schraal was – ja, dat wist ik natuurlijk wel. Mijn gevoel van teleurstelling liep trouwens aardig parallel met het teruglopende weer: van aardig en zonnig, naar donker en zompig. Herfstverloop zeg maar, maar dan wel van likmevestje. En dat mijn moestuinkundige vriend uit M. volkomen gelijk had met zijn opmerking (eerder deze zomer) dat ‘je witlof er slecht bijstaat’, dat maakt het er allemaal niet beter op hoor. Nu even niet.
* Trouwens, meer mensen lijken van slag op dit herfstmoment. Neem nou een burenpaar hier in de straat. Prachtige nieuwe woning (5 jaar oud), heel aardige mensen, beetje van de oude stempel maar niet overdreven. Die zijn vandaag o.a. hun geschilderde houten windveer (zeg maar puntige daklijst) aan het schoonboenen – niet dat je ook maar iets ziet van verontreiniging, maar alla. Mevrouw moet de ladder op want meneer durft dat niet (evenmin als ik trouwens). Maar hoe komt ze nu zes à acht meter hoog? Niet met een laddertje, nee, daarvoor hebben ze een andere buurman besteld - mét gehuurde hoogwerker! Het moet niet veel gekker worden, hier in de straat.
* Enfin, van tevoren had ik gedacht mijn herfststukje te kunnen eindigen met het eeuwigleuke kinderversje dat bij elk lid van ons gezin nog elk jaar tegen november de kop op steekt – en het liefst gezongen wordt terwijl we door herfsthoge bladstraten banjeren: ‘Herfst, herfst, wat heb je te koop? / Duizend kilo blaad’ren op een hoop.’ - Maar het wordt de haiku die wij al in 1983 als ‘nieuwjaarsgroet’ aan al onze relaties rondstuurden, toen duidelijk werd dat ons complete jeugdbladenproject teloor zou gaan aan slechte economische omstandigheden. De naam van de mevrouw-op-leeftijd die dit Japanse gedicht voor ons vertaalde weet ik helaas niet meer, maar índruk heeft ze gemaakt, want ik schud haar vertaling nog met gemak uit m’n mouw:
HAIKU
alsof het nooit meer lente zou worden
zoveel blad is gevallen
naar boven
25 oktober 2006 Al Gore, ethicus
* Gister weer eens naar de film geweest, in een voor ons nieuwe omgeving. Over die film – ‘An inconvenient truth’ van Al Gore - zodadelijk meer, hoewel dat eigenlijk niet kan wachten… zó verpletterend, zó urgent, zó onontkoombaar. Niettemin toch eerst iets over de locatie, een snoepje, een lokkertje.
* De film wordt gedraaid in het ‘Louis Hartlooper-complex’ te Utrecht. Een prachtig en sfeervol rijksmonument uit 1928 dat oorspronkelijk als Politiebureau Tolsteeg in gebruik was. Sinds 2004 is het complex omgetoverd tot een art house, bioscoop, debatcentrum – inclusief café en salon. Heerlijke begin-twintigste-eeuwse sfeer, navenant meubilair, uitstekende filmzalen, ’n écht lekker café voor elk moment van de dag, schitterende ‘salon-met-glasdak’ – alles met passie verbouwd en gemoderniseerd. Een feest op zichzelf, dat gebouw – gaat dat zien! Ja!
* En - vooruit, vlug dan - ook nog even iets over de naam van het complex. Louis Hartlooper was een Utrechtse film-explicateur (van 1905-1922) die zijn beroep met zoveel grandeur uitoefende dat het publiek meer om hem naar het bioscooptheater kwam, dan om de vertoonde stomme films. Kleurrijke man ook – blijkt op de interessante site www.louishartloopercomplex.nl - die herhaaldelijk wegens dronkenschap ontslagen werd en evenzovaak weer in genade aangenomen werd omdat zijn publiek dat eiste! Ja, bij Louis was het vaak feest: hij greep elke gelegenheid aan om jubilea rond zijn persoon te vieren, liet zich wegkopen door concurrerende filmhuizen én weer terugkopen: zijn publiek eiste altijd Louis! Louis forever! Nu!
* Eigenlijk is al het voorgaande alleen maar poging tot uitstel – want hoe bespreek je in godsvredesnaam die film van Al Gore, die ‘inconvenient truth’, die verpletterende werkelijkheid, die onweegbare vracht bewijs voor het einde der menselijke tijden (‘tenzij…’), die onloochenbare berg logica, die enige echte agenda voor de toekomst – eenvoudig omdat er zonder deze agenda geen toekomst meer is. En nee, met een staatssecretaris voor milieu die domweg tegen strengere Europese milieunormen stemt ‘omdat we die toch niet kunnen halen’, hebben we géén toekomst.
* In duizenden wetenschappelijke publicaties van de afgelopen tien jaar wordt de opwarming van de aarde niet één keer ontkend; in duizenden andere populaire publicaties wordt tegelijkertijd de opwarming van de aarde in ruim de helft van de gevallen ontkend ('bangmakerij van linkse wetenschappers', en trouwens, ‘daar vinden ze wel iets op’). / Binnen vijftig jaar is er een tweede aardbol nodig om alle mensen te voeden (deVolkskrant, 25 oktober 2006) – logisch als je weet dat in de afgelopen vijftig jaar de wereldbevolking gegroeid is van nog geen anderhalf naar negen miljard mensen. / De film – en daarmee ook het gelijknamige boek – levert wel duizend harde bewijzen voor de extreem versnelde totaalontregeling van de aarde als leefgebied voor mens, dier, plant. Door toedoen van de mens, door menselijk gedrag.
* En alleen door toedoen van de mens, door ánder menselijk gedrag, kan daar ook iets aan veranderen (Al Gore de optimist, de politicus, maar vooral de ethicus). Daarom eindigt de film met een heldere én als haalbaar gepresenteerde opsomming van veranderingsmogelijkheden die binnen ieders bereik liggen – okee, je moet het wel wíllen natuurlijk, maar kijk eens naar het alternatief, serieus, kijk eens naar het alternatief (Al Gore de realist)! Die Gore, die realist, die optimist, die politicus, die ethicus die mag van mij in één klap alle nobelprijzen 2006/7 krijgen - die voor natuurkunde, voor scheikunde, voor literatuur, voor de vrede, voor alles waar nog meer nobelprijzen voor uitgereikt worden -, dát zou pas een signaal aan de wereld zijn!
* Kortom: hierbij doe ik een oproep aan alle filmtheaters in Nederland, en dat van Schijndel in het bijzonder, om alle leden én alle jongeren gratis voor deze film uit te nodigen. Jazeker, dat is nodig! Geloof me nou maar, want de jeugd... Dus draaien die film, F.! Maar ga hem vooral eerst zelf zien, bijvoorbeeld in het Louis Hartloopercomplex, in Utrecht.
Een cycloon in Oklahoma, Platen-Atlas 1922
Een luchtdraaikolk, een wervelwind, van ontzettende
kracht, die zich met een snelheid van 27 tot 58
K.M. per uur (= treinsnelheid) beweegt,
rond een kalm centrum, zand en alles wat gemakkelijk
weg te zuigen is, met zich meenemend.
Orkaan Dennis, Google 2005/6
Donderdag 7 juli 2005: rondom het 100 km brede oog
komen windsnelheden voor tot 240 km/uur.
Zaterdag 9 juli 2005: Dennis gaat als orkaan categorie 3 aan
land met een windsnelheid van 200 km/uur.
Maandag 11 juli 2005: Orkaan Dennis afgezwakt tot een
‘gewone’ tropische storm (windsnelheid minstens 118 km/uur).
naar boven
22 oktober 2006 Platen-Atlas
* Tijdens een uitbarsting van zolderlijke opruimwoede kwam schoonzus F. een stapel oude schoolboeken tegen. En met oud bedoel ik behoorlijk oud, van ruim vóór onze eigen schooltijd, van vóór WO II dus. Ze wilde van die boeken af – net als van zoveel andere oude troep, wat móet je ermee? -, en dacht mij er misschien een plezier mee te doen, boekenfreak tenslotte. En jawel hoor, dat deed ze. Oude schoolboeken, bestaat er heerlijker verleden tijd, verpletterender werkelijkheid - maar misschien ben ik een tikkeltje vooringenomen, vanuit m’n werkzame verleden als schoolboekenredacteur.
* Leesboekjes van Ot en Sien, wie kent ze niet, met tekeningen van de befaamde Cornelis Jetses. Onderdelen van de aardrijkskundemethode ‘Van dichtbij en veraf’ – heb ik zelf nog op de lagere school genoten (1946-1952). O prachtigprachtig, die blinde kaarten, die vaste rubrieken als ‘Middelen van bestaan’ en die uitleg van termen als ‘gemengd bedrijf’ – in mijn eigen woorden: ‘de kippenteelt is de laatste strohalm waar de zandboer op drijft’. En dan die historische atlas met de vergeelde kaarten, oftewel de ‘Schoolatlas van de Algemene en Vaderlandse geschiedenis’, smullen met A.L. de Bont hoor! Dankjewel, schoonzus!
* Maar het topstuk uit de stapel van F. is de ‘Platen-Atlas’ door Dr. P.H. van Moerkerken Jr. en R. Noordhoff – Vijfde vermeerderde en verbeterde druk - Amsterdam, S.L. van Looy, 1922. En vergeet vooral de ondertitel niet: ‘Ten gebruike bij het onderwijs in de Aardrijkskunde aan Gymnasia, Hoogere Burgerscholen, Kweek- en Normaalscholen’. Het Uitgeversvignet is een Jugendstill-plaatje van een gebaarde leraar en een gehoofddoekte leerlinge, beiden met boek op schoot. In de rand van het vignet staan de vier kapitale letters: S, L, V, L. In een getekende banier verklaard als: ‘Sine Libris Vita Lacuna’, vrij vertaald: ‘Zonder Boeken is het Leven Hol en Leeg’. De ‘kaft’ alleen al belooft zó veel…
* Zoals de titel al zegt bevat het boek een keur aan platen, met verklarende bijschriften – waarbij de ‘Indeeling is gevolgd naar Werelddelen en Landen’. Platen… dat wil zeggen: matige tot slechte zwart-witfoto’s in een dun zwart kadertje (‘haarlijnen’). Maar voor die tijd (eerste druk 1908!) iets unieks, of in de woorden van de auteurs in de laatste alinea van hun ‘Voorbericht’: ‘Dat wij ons niet, zoals in ’t buitenland nog vaak ’t geval is, met oude en verouderde houtgravure-cliché’s behoefden te behelpen, maar alle afbeeldingen konden geven uitsluitend naar foto’s, hebben we te danken aan de fraaie verzameling van den Uitgever, aan den kranigen amateur-fotograaf, wiens naam wij niet mogen noemen, en aan eenige reizigers en verzamelaars, die, vrijgevig, ons hun platen ter reproductie hebben afgestaan, waardoor deze atlas fraaie afbeeldingen bevat, die men anders niet licht onder ’t oog zou krijgen.’ (Inderdaad, de geleerde heren auteurs waren bepaald niet bang voor doorgebreide zinnen!)
* Het boek bevat een ‘Inhoud.’ en een ‘Systematische Inhoud.’, zodat je elk onderwerp via twee ingangen kunt vinden. ‘De Hallen van Ieperen’ vind je zodoende bij de Inhoud onder ‘België’, en bij de Systematische Inhoud onder ‘F.II. Stadsgezichten (zie Nederzettingen)’. Wel allebei de keren op bladzijde 39, gelukkig. Het ‘bijschrift’ bevat een keur aan informaties, en moet hier wel in zijn geheel geciteerd worden - al was het maar vanwege de laatste twee zinnetjes. Welnu: ‘Het Belfort en de lakenhallen te Ieperen, vóór den oorlog. De Gotische bouwstijl werd in de Middeleeuwen niet alleen voor kerkelijke, maar ook voor wereldlijke bouwwerken toegepast. – De mooiste voorbeelden hiervan zijn de Belgische raadhuizen en hallen. In de uitgestrekte ‘Hallen van Ieperen’ (in 1914: 17,000 inwoners, vroeger 170,000) werd het beroemde Vlaamsche laken uitgestald. Het gebouw, welks voorgevel met de beelden der Vlaamsche graven versierd was, dateerde uit de 13de eeuw. De toren in het midden is het Belfort. Rechts op de foto het tegen de hallen aangebouwde 17de eeuwsche stadhuis. Thans ligt de geheele stad in puin. Of, en zoo ja, hoe zij zal worden opgebouwd is nog onzeker.’ – Heb ik te veel gezegd?
* In deze aardrijkskundige canon uit het eerste kwart van de twintigste eeuw komen alle bekende en minder bekende clichés en hoogtepunten voorbij gedenderd. Je kijkt je ogen uit op een zwart-wit wereld die voorgoed verdwenen is onder de kleur en blingbling van de moderne tijd. Maar als je goed in de diepere lagen van de zwart-wit informatie doordringt, zie je al de contouren van onze eigen dilemma’s: iedereen altijd en overal op de hoogte van alles en in contact met iedereen – maar ook met onbeperkt zicht op een diabolisch veranderende aarde die uitgeput is van de vooruitgang. Het leven van onze generaties is de verbinding tussen de ‘Platen-Atlas’ uit 1922 en de toekomstfilm ‘An inconvenient truth’ van Al Gore (2006). We hebben waarachtig niet stilgezeten! En ons deel bijgedragen aan de verpletterende werkelijkheid van het schoolboek van nu.
GEZICHT IN EEN SPAANSCH CIRCUS:
DE OPTOCHT VÓÓR HET STIERENGEVECHT. - Bldz. 90.
Alleen in Spanje (zonder Portugal) hebben 252 steden
een circus, waar tusschen April en November
elken Zon- en feestdag een vertooning is.
Men mag aannemen dat op een mooien zoomerdag
in 400 plaatsen “een gevecht” is.
Menigen dag zitten 2 millioen Spanjaarden in ’t circus:
van koning tot waterdrager,
van kroonprinses tot cigarettenmeisje.
In één zomer worden in Spanje gemiddeld
300 stieren gedood en 1000 paarden.
naar boven
16 oktober 2006 Hemp
* De twee wollige hondjes zaten aan flexibele lijnen, die op hun beurt weer aan de onderste tree van de trap geknoopt waren. Zo konden Jut en Jul de winkel niet uit, en tóch de klanten in hevige verwarring brengen. Je werd er vanzelf een danser op het slappe koord, terwijl de verkoopster vol verve en ongegeneerd tegen je aanpraatte. Ach, het had wel iets, dat kleine winkeltje te Z. waar hennepkleding verkocht wordt, althans op ‘donderdag t/m zaterdag’.
* Zo’n winkeltje en de eigenaarverkoopster gaan uit van geïnteresseerde klanten. Waarom zouden die anders het hennepkledingzaakje binnenkomen? Per vergissing, dat is een mogelijkheid. Maar in Z.? Enfin, daar komt iedereen dan gauw genoeg achter. Want mevrouw heeft hart voor haar zaak, is niet zo’n popperig ingehuurd kassaleunstertje met hevige belangstelling voor de eigen nagels, en laat geen klant aan zijn lot over. Ze geeft zich he-le-maal. De klant wordt enthousiast overstelpt met informatie over de productie en verwerking van hennepplanten, het gerenommeerde Deense atelier waar de kleding vandaan komt alsmede de voordeelactie ‘om potentiële klanten op een gemakkelijke manier deelgenoot te maken van de voordelen, de prachtige voordelen, van hennepkleding, nu dus voor een aantrekkelijke introductieprijs, o wat zal die kleur u beeldig staan bij die schitterend heldere ogen van u, hebt u wel eens eerder hennep gedragen dat zo heerlijk naar je lichaam gaat staan, waar je werkelijk in woont en waar je niet meer buiten kunt als je er eenmaal aan begonnen bent, past u deze small, nee beslist niet groter beslist niet, eens even, ziet u wel, schit-te-rend, en zo mooi bij uw ogen!’
* Broeken korter maken nee dat doet ze niet. Maar dat kan heel voordelig bij dat nieuwe Turkse vermaakatelier in de Frankensteeg hier even verderop, schuin tegenover die schoenmaker, kost maar vijf euro. Een gouden verwijstip!
* De Turkse mevrouw heeft er vandaag ook al zo’n zin in. Zelden zo snel zo goed contact gehad met middenstanders uit Z. als vandaag. ‘Kijk, als u hier zijdelings voor de spiegel gaat staan, dan speld ik uw broek af - ja, doet u de schoenen er vooral onder aan -, en dan kunt u meteen zelf zien of die lengte u bevalt. Ietsje langer laten toch maar? Wist u dat uw benen niet precies even lang zijn? En wilt u het originele spijkerboekrandje eronderaan terughebben? Dat is dan vijf euro extra. Maandag klaar na twaalf uur.’ En daarna dus nog een heel gesprek over hun nieuwe zaak, die meteen al zo goed loopt, en er zo mooi open en modern hoog uitziet. Alweer een aanwinst voor Z. en de Frankensteeg in het bijzonder. En dat alles in perfect ABN, mét hoofddoek dat wel, hoe zou ik anders weten dat ze Turks is? ‘Pardon, ik praat vandaag wel errug veel, hahaha.’ Meteen ben ik benieuwd hoe het met de taalvaardigheid van manlief staat die achter de machine meeluistert maar vooralsnog geen woord zegt.
* Maandag na twaalven: mevrouw is er niet, meneer neemt het bonnetje van me over en vraagt nog eens aarzelend: ‘Twee blauw broeken?’ ‘Dees?’ ‘Mooie spijkerbroek.’ / ‘Ja, bijzondere stof, dit is hennep. Kijk, hier staat het aan de binnenkant: Hemp. Dat is Engels voor hennep, hassjies.’ Aan zijn lachje op zijn gezicht maak ik op dat hij het niet helemaal begrijpt. Zijn zoon van zestien is net van boven de zaak binnen komen lopen. Die begrijpt het zeer wel, hij grinnikt me vrolijk toe. ‘Vraag het anders maar aan uw zoon,’ zeg ik, ‘die begrijpt het wel.’ / ‘Jazeker, dat begrijp ik hahaha!’ Hetzelfde lachje als zijn moeder.
* Tot slot en fraaie einde van een herfstigmooie winkelochtend te Z. dan nog een kopje koffie met een broodje bij Bryan’s. Dat hebben we waaratje wel verdiend. Maar daar geldt, met een lichte variant op hét gedicht van Cornelis Bastiaan Vaandrager:
de groentekroketten in het restaurant
zijn aan veel te kleine kant
naar boven
12 oktober 2006 Ramsj
* Een keer in de paar weken heeft boekhandel Steven Sterk uit Utrecht ‘verse ramsj’ in de aanbieding – en adverteert daar dan ook mee in verschillende dagbladen. ‘Ramsj’ ontstaat als de uitgever van een boek geen kans meer ziet om de magazijnvoorraad van de desbetreffende titel tegen de vastgestelde verkoopprijs aan de boekhandel te slijten. Dan wordt de ‘prijs opgeheven’ zoals dat in het boekenjargon heet. En op dát moment zitten bedrijven als Steven Sterk te wachten: ze proberen de hele restant-voorraad van het boek tegen een zacht prijsje op te kopen. Om die titel vervolgens tegen een aantrekkelijke verkoopprijs in hun winkels aan te bieden. Het omgekeerde gebeurt natuurlijk ook: dat de uitgever op zoek gaat naar Steven Sterk (of bijvoorbeeld de boekhandelsketen van De Slegte) om zijn magazijnvoorraad tegen een zo goed mogelijke prijs in één keer kwijt te raken – om zo tenminste nog íets van zijn investering terug te verdienen.
* Om de hele voorgaande alinea te begrijpen is het nodig om te weten dat in Nederland de regeling van de zogenoemde ‘vaste boekenprijs’ bestaat: boeken mogen uitsluitend tegen de door de uitgever vastgestelde prijs verkocht worden. In heel Nederland kost, om maar eens een voorbeeld te geven, het boek ‘Veganisme – een manier van leven’ van Mirjam Vaes twintig euro, omdat uitgeverij De Zeepkist die prijs zo vastgesteld heeft. Geen enkele winkel mag ermee stunten, zoals ze dat met (praktisch) alle andere artikelen wél mogen (’Nu bij Kruidvat de complete serie symfonieën van Beethoven voor de prijs van een pak maandverband!’ – terwijl de reguliere platenhandel er het tienvoudige voor vraagt).
* Ook nog leuk om te weten in dit verband: 40 % van de verkoopprijs verdwijnt ‘in de zakken’ van de boekhandelaar! De overige 60 % gaan op aan: drukken, binden, papier, auteur (een beetje, zo’n 10 %) en uitgever (moet voldoende zijn om zijn bedrijf en zichzelf in leven te houden; behalve als de uitgever in een groot concern zit, dan eisen de aandeelhouders en eigenaren via de post ‘overhead’ een zeer aanmerkelijk deel van die 60 procent op).
* Er zijn natuurlijk ook uitgevers die weigeren om hun naam te grabbel te gooien, en bij De Slegte of Steven Sterk op de verkooptafel te liggen. Die vernietigen hun onverkoopbare voorraad met behulp van de snijmachine, en nemen hun verlies. Soms ook verdomt een auteur het om aan De Slegte overgeleverd te worden, en als hij geld genoeg heeft koopt ie dan zelf de hele voorraad van z’n uitgever op. En omdat de prijs dan ‘opgeheven’ is, mag ie z’n boeken – net als Steven Sterk en meneer De Slegte - verkopen tegen elke prijs die ‘de gek ervoor geeft’.
* Onnodig te zeggen dat in alle gevallen de liefhebber-koper de winnaar is – tenzij hij natuurlijk al in een eerder stadium het boek tegen de oorspronkelijke prijs gekocht heeft. Dan voelt ie zich wellicht bekocht als hij in de advertentie van Steven Sterk ziet dat hij het boek nu voor een derde van die eerdere prijs aan had kunnen schaffen. Maar ja, wie neemt er nou zo’n gok als eindelijk het boek uit komt waar je al zolang op zit te wachten?
* Dit alles is misschien interessant als ik vertel dat ik vorige week - viavia - bij Steven Sterk in Utrecht de bloemlezing ‘De Afrikaanse poëzie in duizend en enige gedichten’ (1180 pagina’s) van Gerrit Komrij voor 7,90 euro op de kop heb weten te tikken. Terwijl het boek bij mijn eigen boekhandelaar nog steeds voor 22,90 euro in de kast stond! Bij de bloemlezing was ook nog het boekje ‘De Afrikaanse poëzie – 10 gedichten en een lexicon’ (88 pagina’s gedichten mét uitleg van Komrij) meegeseald, werkelijk een buitenkansje. En dat bleek nog eens extra toen ik probeerde om meer exemplaren van deze aanbieding aan te schaffen om er zo enkele andere liefhebbers een plezier mee te doen: alle andere Komrij’s moesten het doen zónder dat extra boekje dat de dikke bloemlezing nou juist zo interessant maakte (alleen al vanwege dat lexicon, een woordenlijst Zuid-Afrikaans/Nederlands). Jammer dat Steven Sterk en Uitgeverij Bert Bakker deze combinatie niet consequent vol hebben weten te houden. Maar ja, ramsj he!
* Als eerbetoon aan Gerrit Komrij en Uitgeverij Bert Bakker voor hun werk aan de Nederlandse poëzie én die van het Afrikaans citeer ik hieronder het gedicht ‘Die kind wat doodgeskiet is deur soldate by Nyanga’ van de dichteres Ingrid Jonker (1933-1965). Het is een toekomstdroom uit 1960, die Nelson Mandela in 1994 voorlas tijdens zijn inauguratierede als president van Zuid-Afrika. Gerrit Komrij haalde het gedicht uit: Versamelde Werke. Derde, hersiene uitgawe. [Versorg deur Anna Jonker]. Human & Rousseau, Kaapstad-Johannesburg-Pretoria, 1994. – In de dikke Afrikaanse Komrij staat het gedicht op pag. 665/6.
DIE KIND WAT DOODGESKIET IS
DEUR SOLDATE BY NYANGA
Die kind is nie dood nie
die kind lig sy vuiste teen sy moeder
wat Afrika skreeu - skreeu die geur
van vryheid en heide
in die lokasies [*townships] van die omsingelde hart
Die kind lig sy vuiste teen sy vader
in die optog van die generasies
wat Afrika skreeu - skreeu die geur
van geregtigheid en bloed
in die strate van sy gewapende trots
Die kind is nie dood nie
nòg by Langa nòg by Nyanga
nòg by Orlando nòg by Sharpeville
nòg by die polisiestasie in Philippi
waar hy lê [*ligt] met ‘n koeël [*kogel] deur sy kop
Die kind is die skaduwee van die soldate
op wag [*wacht] met gewere sarasene [*messen] en knuppels
die kind is teenwoordig by alle vergaderings en wetgewings
die kind loer deur die vensters van huise en in die harte van moeders
die kind wat net wou speel in die son by Nyanga is orals [*overal]
die kind wat ‘n man geword het trek deur die ganse Afrika
die kind wat ‘n reus geword het reis deur die hele wêreld
Sonder ‘n pas
naar boven
6 oktober 2006 Faits divers
* Woensdagwerk: dertig joekels van moesappelen (goudreinetten van de ‘Schone van Boskoop’-stam met een gemiddelde doorsnee van 10 cm), minimaal honderd stoofpeertjes (van de ‘Gieser Wildeman’-stam, klein maar superroodstovend) moest ik vanmorgen nog oogsten voor ik aan de herfst-snoei kon beginnen. De appelen en peren liggen inmiddels op vloeipapier in de kelder te drogen, de gesnoeide takken zijn een bedoelde aanvulling op de houtwal-in-wording achterin de tuin, pal voor het spoorwegtalud. Aan het einde van de middag demonstreert het lichaam een tevreden soort vermoeidheid. Overmorgen wellicht verder met de tuin, want twee keer twee uur is tegenwoordig zo’n beetje m’n werk-limiet. En dan moet het weer nog een beetje meezitten ook.
* Woensdagavondoverpeinzing: bij de opticien moest ik 246 euro betalen voor een nieuw brillenglas, 23 euro aan de pedicure voor het lenigen van de nood aan twee ingegroeide teennagels, meer dan 600 euro aan de tandarts voor een zogenaamd frame om de gaten van maar liefst vier kiezen te compenseren, doorlopend grote bedragen aan de apotheker voor ap-medicijnen, en dan heb ik ook nog pijnlijke knieën als ik ’s avonds op de wc-pot ga zitten - dus dat worden binnenkort een verhoogde toiletpot plus optrekbeugels aan de wc-muren. De blog-aflevering ‘Verval 5’ komt nu razendsnel dichterbij!
* Eerste donderdag van de maand: vaste wandeldag van ons clubje ‘VoetVolkGoedVolk Sinds 2001’. Per fiets op weg naar de trein ontvingen wij bakken hemelwater op onze onbeschermde broekspijpen, vooral de dijen natuurlijk. Maar, de rest van de dag was zoals steeds op onze VV-wandeldagen: stralend wandelweer, als een droge oase temidden van woestijndagen aan nattigheid. De wandeling - het eerste traject van de ‘Groene Halte Wandelroute Maasduinen’, van Mook naar Gennep - was al even stralend: zondoorstraalde bossen en zwartgeploegde akkerglooiingen. O, ja, het is genieten hoor, van zwartgeploegde akkerglooiingen, als de maïs eenmaal gehakseld en afgevoerd is. Herwonnen ruimte, ‘lucht’ voor de wandelwegen, alle reden om een brede borst op te zetten. Ook de twee gastlopers waren overweldigd en inhalig: nieuwe afspraken zijn inmiddels gepland.
* Donderdagavond-stimmung: ‘Zullen we nog een extra lampje aandoen, ik vind het zo donker hier in de kamer. / Nou… heb je gezien dat we steeds meer elektriciteit verbruiken? / Maar dat komt toch niet door een zo’n klein extra lampje? / Alles telt mee, ook zo’n lampje. Maar we kunnen natuurlijk ook een paar kaarsjes aandoen. / Ja, is nog gezellig ook. A propos, waarom heb je ‘Andere tijden’ afgezet? / O, ik geloof dat ik er niet veel aan vond. / En wat is dit voor film dan? / Kijk ’s even in de gids, wil je? / Maar natuurlijk! En in een volgend leven wil ik twee tv’s, en gratis elektriciteit die het milieu niet belast. Oja, én twee computers. / Lijkt me een strak plan!’
* Vrijdag: poetsdag, boodschappendag, Cicero-dag, politieke-barometerdag, oudpapier-inpakdag, blog-dag. Interessante mededeling in de bus gister ook, van Gennep naar Nijmegen: ‘Zie ook www.lijn83.nl.’ Een site over een buslijn? Vandaag dus ook internet-dag. En e-maildag, want er zijn zeer aardige foto’s onderweg van B. te DH, van ons gezamenlijke dagje uit laatst. Soms is een vrijdag inderdaad niet meer dan een doorsneedag. En dat is goed: vrijdag als genoegdag. Maar altijd nog met die verwachtingsvolle tinkeling, dat het weekend naakt!
* Van dit soort ‘gemengd nieuws’, daar hou ik wel van. Soms. De dichter Cees Buddingh’ had daar ook een handje van, bij voorbeeld in zijn ready mades, ‘objects trouvés’ van de dichtkunst. Zoals het volgende ‘gevonden’ krantenbericht:
DORDRECHT, 25 NOVEMBER 1963
l.s.
wegens de gebeurtenissen in amerika
gaat de ouderavond vandaag niet door
de avond wordt nu gehouden
op maandag 9 december (over veertien dagen)
ook weer in de meerpaal
om acht uur
de oudercommissie
naar boven
|
Bio Balthasar
Kenmerken: Altijd ietwat gehaast, nogal opruimerig van aard, verbalistisch
ingesteld, tamelijk eigenwijs, kan nochtans goed luisteren. Lekkerste verjaardagseten: 1952
(aardappelen, bruine bonen, sla, hard gebakken spek). En o nog zoveel meer.
Houdt van: Literatuur, poëzie, geschiedenis, moderne beeldende kunst, woeste
luchten en landschappen met lage horizon, wandelen, natscheren en klassieke muziek,
thuiskomen en o nog zoveel meer.
Hekel aan: Loslopende honden (maar vooral die baasjes!), elke vorm van
extremisme, machismo, bladblazers en alle andere vormen van teringherrie, tempeh en o
nog zoveel meer.
reageren? balthasar at de-zeepkist.nl
|