home
agenda en tips
redactie
uitgeverij
links

(over) literatuur:
literatuur
recensies
tweedehands boeken

(over) veganisme:
veganisme FAQ
recepten
uit het nieuws
achtergronden bij uit het nieuws
schoenen

weblogs:
balthasarsblog
haasblog
mirjamsblog
mopperblog
nielsblog

mirjamsschrijfsels:
artikelen
columns
recensies
boek

andermensschrijfsels:
joop boer

andere projecten van (medewerkers van) De Zeepkist :
www.nielsdebeer.nl
www.voedselencyclopedie.nl www.leefbarewereld.nl

columns

Jong blijven

(Amarant)


Grijze haren, rimpels, wallen onder de ogen, verslappende spieren, hangende wangen, vlekken, pijntjes en kwaaltjes en andere lichamelijke ongemakken horen bij het ouder worden. Net als vergeetachtigheid, verstrooidheid en geen kleine lettertjes meer kunnen lezen. Dat moet je aanvaarden. Of je doet er wat aan.
Het verven van de haren, het botoxen van rimpels, de facelift, de oogliftcorrectie en de leesbril zijn min of meer geaccepteerde hulpmiddelen om de uiterlijke tekenen van ouderdam te bestrijden. Er jong uitzien is nou eenmaal nog steeds de mode, en wie daar niet aan meedoet, valt op en lijkt daardoor veel ouder dan zijn/haar leeftijdgenoten. Allemaal ijdelheid.
Of toch niet? Speelt er nog iets anders.

Naarmate ik zelf ouder word, krijg ik het idee dat mijn lichaam niet meer klopt bij mijn geest of wat het dan ook is daar vanbinnen. Ik groei uit elkaar. Dat gezicht dat ik ’s morgens in de spiegel zie dat ben ik niet, dat is een oudere versie van mij.

Ik ben geen voorstander van plastische chirurgie en andere kunstgrepen om er jong uit te blijven zien, maar ik vind het wel erg om er steeds ouder uit te zien. Omdat het niet klopt met hoe ik mezelf zie. En omdat ik er gewoon niet oud uit wil zien, daar ben ik nog lang niet aan toe. Het is een heel dubbel gevoel. Dus wat gedaan? Toch maar ingrijpen en onder het mes? Neuh, dat moest ik maar niet doen. Net als het verven van mijn haar is dat iets dat me toch te ver gaat.

Dan maar op een andere manier proberen er nog een beetje goed uit te zien. Door middel van voeding en levensstijl kan er ook iets gedaan worden. Niet roken, niet te veel in de zon en veel bewegen: dat zou goed zijn. En opletten met wat ik eet. Veel superfoods, groente, fruit en rauwkost eten dus, dat kan nooit kwaad. Gelukkig ben ik tegenwoordig druk aan het schrijven over voeding, en leer ik dus elke dag wat bij. Wie, net als ik, nieuwsgierig is naar de effecten van lycopeen, carotenoïden zoals luteïne, salvestrolen en probiotica, kan een kijkje nemen op mijn nieuwe website: www.voedselencyclopedie.nl.

(16 december 2008)

naar boven

Individualisme

(Amarant)


De laatste tijd verschijnen er regelmatig artikelen in kranten over het wel of niet accepteren van het homohuwelijk. Zo ook op de Nederlandse Antillen. Mensen die in Nederland getrouwd zijn met een partner van hetzelfde geslacht worden niet als zodanig erkend en profiteren dus niet van de daaraan, in Nederland, verbonden voordelen op het gebied van onder andere sociale wetgeving. Dat is natuurlijk vervelend en lastig en onrechtvaardig. Het feit dat je niet serieus genomen wordt in je liefde is pijnlijk. Dat je niet dezelfde rechten hebt als heteropartners is belachelijk en discriminerend.

Maar is het niet vreemd dat mensen beoordeeld worden op het feit dat ze - deel van - een stel zijn. Waarom wordt niet iedereen als individu gezien? Het hele onderscheid tussen homo en hetero, tussen man en vrouw, tussen getrouwd, samenwonend of latter, tussen single en partner, tussen gehuurd, gekocht of gekraakt wonen en nog veel meer, kan dan wegvallen. Heel veel regeltjes en wetten die betrekking hebben op belastingen, uitkeringen en subsidies worden stukken eenvoudiger.
Als niet meer gelet hoeft te worden op het feit of iemand een bed, een koelkast en/of een huis deelt met een of meer anderen, als er geen tandenborstels meer geteld hoeven worden en als inkomens van anderen niet meer meetellen, kortom als gewoon naar personen en niet naar combinaties gekeken hoeft te worden, zou dat veel schelen. Het zou lucht en ruimte geven voor mensen om hun leven zo in te richten als ze zelf willen, zonder dat ze rekening hoeven te houden met financiële en andere consequenties en het zou geld en tijd schelen die nu besteed worden aan het uitzoeken en controleren van gegevens. Het zou partners van mensen met een goede baan dezelfde plichten en rechten geven als alleenstaanden.
Geef iedereen dezelfde rechten en plichten, onafhankelijk van de keuzes die een persoon maakt op het gebied van liefde, huisvesting en werk.

Het is vast allemaal heel ingewikkeld te regelen, maar áls het geregeld is, dan is de uitvoering beslist een heel stuk mínder ingewikkeld.

Natuurlijk zijn er dan mensen die ervan profiteren, die er op vooruit gaan. Die gaan samenwonen of trouwen, of juist niet en zo meer geld hebben. So what. Laat mensen zelf kiezen.
(25 september 2008)

naar boven

Een niet zo heel blije column

(Amarant)


In veel stukjes die ik schrijf, columns, artikelen en weblogs, probeer ik een draai te geven aan een gezichtspunt. Het liefst op een subtiele manier. Een brokje humor om de absurditeit van de dingen of het gedrag van mensen te laten zien. Soms is het zwarte humor en vaak genoeg begrijpen of zien mensen niet wat ik bedoel. Dat is niet erg, meestal dan.
Maar de laatste tijd valt het me zwaar. Het lukt me niet meer om de humor van dingen in te zien. Ik zie vooral ellende zonder uitweg.

Opgroeiend in de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw bij ouders die toen al actief waren in allerlei bewegingen werd ik al jong geconfronteerd met doemscenario’s. Het rapport aan De Club Van Rome, over het einde van de natuurlijke hulpbronnen, het No Future van de punks en de dreiging van een kernoorlog hebben diepe sporen achtergelaten in mijn leven. Sporen die niet makkelijk uit te wissen blijken. En die tegenwoordig weer dieper lijken te worden als gevolg van nieuwe feiten en verkondigingen. Nu zijn het Al Gore met zijn film An Inconvenient Truth, over CO2 en klimaatverandering, Marianne Thieme met haar film Meat the Truth, over de rol van vleesproductie in de klimaatverandering. De verdwijning van natuur is op grote en kleine schaal overal te zien. De dreiging van, en de daadwerkelijk gevoerde, oorlogen in het Midden-Oosten en terroristische aanslagen zorgen voor een vermindering van de privacy en het invoeren van allerlei wetten die het leven, op zijn zachtst gezegd, niet leuker maken.
Ondertussen dreigt de totale gekte van overconsumptie en verspilling de normaalste zaak van (dit deel) van de wereld te worden. Deze kerst is er weer meer uitgegeven aan vlees en cadeaus dan ooit.
Het lijkt wel alsof mensen het niet willen zien. Na ons de zondvloed.
Ook de cultuur van de Romeinen ging aan luxe en overdaad ten onder. Het grote verschil met toen is echter dat als de mens nu ten onder gaat dit gepaard zal gaan met grote verwoestingen. Met een verandering van klimaat en omgeving waardoor hele ecosystemen en misschien zelfs al het leven op deze planeet verloren gaan.

Ondertussen voel ik me steeds meer een roepende in de woestijn, een eenzame strijder. En ben ik bang te eindigen als een verbitterd, cynisch, oud vrouwtje. Soms zou ik wel willen dat ik ook een knop had die ik om kon zetten. Die het mij mogelijk zou maken om oogkleppen op te zetten en te genieten van materiële luxe en andere onzin. Maar zo’n knop heb ik niet en wil ik ook eigenlijk niet. Liever zou ik hebben dat anderen hun knop omzetten.

(26 december 2007)

naar boven

Ellen

(Amarant)


Jarenlang was ik verliefd op Ellen. Haar serie werd regelmatig herhaald op een van de tv-zenders zodat ik de meeste afleveringen een of meer keren gezien heb. In het begin is de serie een min of meer normale Amerikaanse sitcom die zich afspeelt rond de gelijknamige hoofdpersoon Ellen en haar vrienden. Plaats van handeling is Ellens boekwinkel. De humor spreekt mij aan en de meer of minder subtiele hints naar het lesbisch zijn van Ellen vallen mij al op, waarschijnlijk omdat dat een van die dingen is waar ik altijd bijzonder op gespitst ben.
En dan in 1997 (in Amerika, enkele jaren later in Nederland) komt de zogenaamde ‘Puppy-episode’ (deel 1 & 2) waarin geen puppy voorkomt maar waarin Ellen uitkomt voor haar lesbisch zijn. Eindelijk de langverwachte ontlading. Revolutionair zelfs omdat het de eerste keer is dat een vrouw dit in een Amerikaanse serie bekent. En het is niet alleen het personage Ellen die dit zegt. Het is tevens de coming out van de persoon Ellen Degeneres. Na deze aflevering gaat het een tijdje door over dit onderwerp. Lesbisch zijn lijkt bespreekbaar geworden op de Amerikaanse televisie.
Helaas, dat is het dus niet: niet lang hierna eindigt de serie. Het publiek of in ieder geval de zenders kunnen het niet aan en Ellen verdwijnt van het scherm.

Een aantal jaren later is Ellen weer terug. Naast de uitreiking van de oscars dit jaar heeft ze nu een talkshow. (Nu in Nederland tenminste, in Amerika was deze talkshow al in 2003 op de tv.) Een soort Oprah maar dan anders. Verheugd zet ik mij aan mijn toestel, vol verwachting van wat komen gaat.
Dat valt tegen. Ze doet nog wel grappig maar het is nep, voorgekauwd, en wat erger is, deze show is een ordinair reclameprogramma. Er komen veel gasten maar allemaal hebben ze wat te verkopen, een nieuwe cd, film, tv-serie of iets anders. En het zijn geen onbekende talenten die op deze manier iets proberen te verdienen, nee, het zijn de beroemde toppers. De mensen waarvoor het publiek in adoratie gaat juichen en klappen. Niet omdat ze nou per se zo goed zijn in wat ze doen, maar omdat ze beroemd zijn. En Ellen gaat daarin mee, doet alsof ze iedereen graag mag en bewondert. Geen kritisch woord komt over haar lippen.
En als hoogtepunt wordt er in elke aflevering iets weggegeven. De cd of boek of whatever er behandeld is, is oh verrassing, gratis voor iedereen in het publiek. En dan klappen ze pas echt alsof hun leven ervan afhangt.

Is Ellen gay?


puppy1


puppy2


(27 augustus 2007)

naar boven

Vrouwelijk

(Amarant)


Het zal je maar gebeuren. Dat je collega’s hebt die vinden dat er iets mis is met je uiterlijke verschijning. En dat ze je dan opgeven voor zo’n televisieprogramma. Voor je eigen bestwil natuurlijk, want iedere vrouw en elk meisje wil er immers begeerlijk en mooi uitzien. En, vooral, vrouwelijk natuurlijk. Helaas heeft het begrip vrouwelijk in deze context maar een beperkt aantal betekenissen. Een broek kan misschien nog net, maar dan moeten er wel laarzen of hoge hakken onder. En dan geen gewone spijkerbroek ofzo maar iets met vrouwelijke vormen waar de vrouwelijke rondingen mooi in uitkomen. Wijde pijpen en een lage heup. Meestal betekent vrouwelijk toch wel een rok of jurk, hoge hakken en open halsjes. Alles om er mooi en aantrekkelijk uit te zien.

En dan word je opgemaakt, zo natuurlijk mogelijk want het moet eruit zien alsof er niets opzit maar zonder dat het eruitziet alsof er niets opzit!? Ofzoiets.
Nog even de ogen laseren en wat vet verwijderen en weer ergens anders inspuiten en dan kunt u er weer een paar weken, eventueel maanden mee door. De botox wel om de paar maanden vernieuwen.

De manier waarop mensen aangesproken worden in dergelijke programma’s is vaak stuitend. En dan niet eens alleen tegen mensen die zich meer of minder vrijwillig hieraan onderwerpen, maar ook tegen willekeurige voorbijgangers op straat.
‘Dit kan echt niet meer hoor.’
‘Dit is echt fout.’
‘Iemand met andere vormen zou dit wel staan.’
‘Dit kapsel is zo vorig seizoen.’
‘Je kan wel zien dat zij van makkelijk houdt.’
‘Wat een lef dat je zo over straat durft.’

Terreur, dat is het. Terreur van de zogenaamde goede smaak. Van de mensen die iets verzinnen en dan bepalen dat dat het enige is dat nog kan, dat dat nog mag. Dat je er anders niet bij hoort en eigenlijk een beetje een loser bent. Dit gaat vooral over uiterlijk en dan nog vooral over het uiterlijk van vrouwen, maar het rukt op naar andere gebieden. De inrichting van je huis en tuin, de drankjes die je drinkt, de partner die je uitkiest, de muziek die je mooi vindt en de telefoon die je gebruikt. En dat alles onder het mom van het bevorderen van de keuzevrijheid, de vrije expressie en de individuele smaak.

naar boven

Schaamte

(Amarant, april 2007)


Ik heb hele mooie benen. Dat vind ik zelf tenminste. Ik geloof niet dat ze voldoen aan het huidige schoonheidsideaal. Daarvoor zijn ze te kort, te gespierd en vooral, te behaard. Maar ik ben er meer dan tevreden mee. Vandaar dat ik er nooit moeite mee heb gehad om een korte broek te dragen. In de zomer en als ik ga sporten.
Tegenwoordig krijg ik steeds vaker opmerkingen, ik zie dat anderen, vooral vrouwen naar mij en mijn benen kijken en heb het idee dat ze er iets over zeggen. Iets negatiefs. De opmerkingen die ik krijg vallen uiteen in twee categorieën die eigenlijk op hetzelfde neerkomen. De ene categorie wordt meestal niet rechtstreeks tegen mij gezegd en komt er op neer dat het toch wel heel onfatsoenlijk, onhygiënisch en gewoon vies is dat ik mijn benen niet scheer. De andere categorie is meer vermomd als compliment en komt er op neer dat mensen, vrouwen vooral, het zo knap en van zo veel lef vinden getuigen dat ik dat durf. Met blote, behaarde benen rondlopen. Een variant op de laatste is de opmerking die ik laatst kreeg van iemand die zei het heel moeilijk te vinden om, zoals ik dat doe, met grijs haar de straat op te gaan.
Het meest vervelende van al deze opmerkingen - en nog zoveel andere dingen die te zien zijn op tv, in tijdschriften en op straat - is dat ik het me aantrek. Dat ik het gevoel krijg dat ik afwijk. Dit laatste wordt versterkt doordat ik vaak de enige lijk te zijn die dit (nog) doet. Alsof ik tot een uitstervend ras behoor. Het ras van vrouwen met haren.
Vroeger hadden alle vrouwen haren. Toen kwamen er steeds meer vrouwen zonder haar onder de oksels, zonder haar op hun benen. Het gezichtshaar werd minder. Wenkbrauwen werden eerst versmald en uitgedund en tenslotte helemaal verwijderd en in plaats daarvan getekend. Dit heb ik al helemaal nooit begrepen. Als er al haren zijn die nut hebben zijn het wel wenkbrauwharen.
Het hebben van schaamhaar is dankzij de porno-industrie-voorschriften inmiddels ook al een zeldzaamheid geworden. Dat heb ik tenminste begrepen, ik heb het nooit zelf gezien behalve dan in documentaires. Toch weet ik dat dit zo is. Hoe weet ik dat dan? En hoe weten al die andere vrouwen dat? Aangezien het vaak lastig is om af te wijken en je daarvoor op z’n minst heel sterk in je schoenen moet staan bemerk ik de laatste tijd dat ik aarzel bij het dragen van een korte broek. Ik heb het snel warm als ik ga sporten en het dragen van een lange broek zou mij zeker belemmeren maar toch durf ik het steeds minder. Bang om af te wijken aan de ene kant maar wat veel erger is, is dat ik me bijna ga schamen voor mijn benen. Mijn benen waar ik me altijd prettig mee gevoeld heb. En ik kan me zelfs voorstellen dat er mensen zijn die om deze reden ook maar hun benen gaan scheren, of andere aanpassingen aan hun lichaam (laten) aanbrengen. Om maar niet op te vallen maar ook omdat ze zich schamen voor zichzelf. Voor hoe ze nou eenmaal zijn.

En het wordt steeds erger. Het hebben van haar is één ding maar het schoonheidsideaal - vooral dat voor vrouwen - gaat steeds verder, dicteert steeds meer de norm. Borsten moeten groter, het gezicht moet beschilderd, grijze haren geverfd, tanden moeten allemaal recht en wit zijn, haren geblondeerd en lang, vagina’s moeten niet alleeen onthaard en glad zijn, ze moeten ook, nadat die slordige binnenste schaamlippen weggeknipt of -gelaserd zijn, bijna helemaal dichtgenaaid worden. Vet moet op de ene plek verwijderd en op de andere plek weer ingespoten worden. De taille moet zo smal mogelijk, sowieso moeten vrouwen weinig wegen en er dun uitzien. Uiteindelijk moet iedereen er zo ongeveer hetzelfde uitzien, op iemand lijken die in het wild niet bestaat.

Er staan geen boetes op het niet voldoen aan deze normen. Er zijn geen wettelijke voorschriften en juridische sancties. Maar er is wel een sociale druk, een sociale verplichting om mee te doen. En er zijn wel degelijk sancties. Schaamtegevoel, soms zelfs uitsluiting van de groep, pesterijen, het gevoel buiten de groep te vallen, een zonderling te zijn, afgewezen worden bij sollicitaties wegens niet-representatief uiterlijk, geen relatie kunnen krijgen, uitgescholden worden.
Daarom doen veel vrouwen hier aan mee, naast al die miljoenen die daadwerkelijk zo geïndoctrineerd zijn dat ze echt denken dat ze er mooier op worden en dat dat heel belangrijk is.
Ooit las ik in een of ander vrouwentijdschrift dat iemand wel wilde stoppen met het ontharen van haar benen maar dat ze daar mooi niet als eerste mee ging beginnen. Dit geeft het probleem al aan. Iedereen doet maar mee omdat ze denken dat het zo hoort en omdat ze last hebben van de nadelen, en diegene die weigert zich aan te passen heeft gewoon pech en zal heel sterk in haar schoenen moeten staan om zichzelf te kunnen en durven blijven. Triest.

naar boven

Weet niet/geen mening

(Amarant, januari 2007)


Op allerlei aanmeldings-, inschrijvings-, en andere formulieren en op ongelooflijk veel andere officiële of minder officiële papieren wordt gevraagd naar naam, leeftijd, adres, geboorteplaats, genoten opleidingen, sofinummer en andere persoonsgegevens. Lang niet altijd begrijp ik waarvoor al deze gegevens nodig zijn. En daarom sla ik vaak een hoop van deze vragen over. Maar de meest zinloze en onnodige vraag is toch wel die naar het geslacht. Het lijkt wel alsof dit altijd van belang is terwijl het dat volgens mij vrijwel nooit is. Tenzij af en toe als het bijvoorbeeld iets medisch betreft.

Soms kan je bij deze tweekeuzevraag zelf wat invullen maar meestal staan er twee hokjes, één voor vrouw of meisje, en één voor man dan wel jongen. Persoonlijk heb ik al vaak moeite mezelf in één van deze hokjes te proppen en dat probeer ik dan ook zo veel mogelijk te vermijden. De buitenwereld schijnt echter wel heel goed te weten in welk hokje ik hoor en doet dan ook al sinds mijn geboorte z’n best mij in het bijbehorende keurslijf te persen. Kleding, speelgoed, boeken, vooral als je nog jong bent zijn deze artikelen toegespitst op één van de twee mogelijkheden. Als je ouder wordt, wordt het echter niet minder, al lijkt dat wel zo. Het is alleen vaak minder duidelijk. De verschillen worden subtieler. Er staat niet meer achter op een boek of het voor jongens of voor meisjes bedoeld is maar er zijn nog steeds boeken die meer voor mannen en boeken die meer voor vrouwen geschreven lijken te zijn. Bij kleding en uiterlijk zijn de gedragscodes een stuk minder subtiel.

Zolang ik mij kan herinneren heb ik mij hiertegen verzet. Vooral door de mij toegedachte artikelen te weigeren en juist die andere te willen. Zelfs al vond ik die minder leuk. Ook word ik mijn hele leven al uit wc’s gestuurd ongeacht in welke ik mij bevind. Ook daar heb je meestal maar twee keuzes en meestal ga ik naar die waar de kortste rij staat.

Omdat ik er moeite mee heb om voor een geslacht te kiezen heb ik ook altijd moeite met vragen of ik homo, bi dan wel hetero ben. Deze vraag veronderstelt dat de keuze van je partner/geliefde bepaalt wat jij bent. Maar als je niet zeker van eigen geslacht bent hoe kan je dan weten of je homo of hetero bent?

Aangezien het mij meestal niet lukt de relevantie van dit soort vragen in te zien en omdat ik altijd zoveel mogelijk tracht te vermijden om in een hokje gestopt te worden heb ik al jaren de gewoonte om een extra hokje bij te tekenen. Dit noem ik dan: weet niet/geen mening. Waarna ik dit vrolijk aankruis. Helaas gaat dit niet meer op sinds ik veel via internet doe. Als je daar een formulier invult is er geen enkele mogelijkheid voor het bijtekenen van een extra hokje en geen enkele mogelijkheid de vraag gewoon open te laten. Dan kom je gewoon niet verder. Je wordt op deze manier gedwongen te kiezen. En daar baal ik van.

naar boven

Shoppen in Engeland

(Amarant, oktober 2006)


Deze zomer ben ik naar Engeland geweest. Met de trein onder de zee door. De beveiliging was zo ernstig dat ik bang was dat ik betrapt zou worden op iets, iets wat anderen al weten maar ik nog niet. En ja hoor, toen ik door het poortje moest ging het alarm af. Er werd een vrouw bij gehaald om me te fouilleren. Zij had er geen zin in of was er ook al van overtuigd dat ik schuldig was. Ze deed bepaald niet vriendelijk en dat terwijl zo ongeveer alle Engelsen die ik ooit ontmoet heb vrijwel zonder uitzondering supervriendelijk en beleefd waren. (Het schijnt trouwens niet altijd oprecht te zijn, die vriendelijke beleefdheid, wat het precies is ben ik nog aan het uitzoeken. In het boek ‘Talk to the hand’ van Lynne Truss, wordt overigens besproken dat het Engelse klimaat tegenwoordig helemaal niet meer beleefd is, juist steeds onbeschofter wordt. - De titel van dit boek is een citaat uit de Jerry Springershow waar het gebruikt wordt om aan te geven dat je wel tegen me kan praten maar dat ik toch niet luister, en vergezeld gaat van de opgestoken hand pal voor het gezicht van de spreker.)
Toen de Engelse vrouw niets kon vinden op mijn lichaam mocht ik toch verder, de trein in. Ik had niet verwacht dat ze iets zou vinden maar waarom ging dan toch dat alarm af? Daar zit ik nog steeds mee. Was het mijn schuldgevoel dat het af deed gaan? Net als vroeger, toen ik klein was, als ik de politie of de boze buurman aan zag komen dan had ik al het idee dat ik iets verkeerds gedaan had. Hiervoor ben ik uitgebreid in therapie geweest en ik dacht dat ik er aardig overheen was. Niet helemaal dus.

Maar goed, veilig en wel in Londen aangekomen gingen we meteen door naar Brighton. Het paradijs. Zowel voor homo’s als voor veganisten. Elk jaar vindt hier een mega gayparade plaats. Met feesten die een week duren. Die waren helaas net afgelopen toen wij arriveerden. Wij wisten nergens van, kwamen voor de veganistenvariant van dit paradijs. Een week zijn we daar geweest. In die zeven dagen hebben we drie keer per dag lekkere hapjes kunnen eten. Variërend van een veganistische variant op een Engels ontbijt, inclusief vega spek en worstjes, vega hamburgers, versgebakken biologische pizza’s, chocoladetaart tot uitgebreide salades.
Ook in Brighton: een hennepwinkel vol mooie kleren, schoenen, hapjes en andere producten, een rawfood winkel waar alle hapjes 100% rauw, 100% bio en 100% vega zijn, een chocoladewinkel, veel tweedehands kleding- en boekwinkels en, en dit was de eigenlijke reden voor onze komst: een vegetarische schoenenwinkel. Daar hebben we een hele middag zoekgebracht met passen en meten en uiteindelijk kopen van zeven paar schoenen.
Na deze aankoop werden we op straat aangesproken door een stel dat wilde weten waar wij onze oude, afgetrapte, uitgewoonde, paladiums gekocht hadden. Zij waren namelijk veganist en waren uitgekeken op alle vegetarische schoenen die in Brighton te koop zijn. Paladiums wilden ze hebben maar die worden in Engeland niet verkocht! Ik vroeg nog of ze wilden ruilen maar daarvoor waren onze schoenen toch niet goed genoeg (meer).

naar boven

Vroeger

(Amarant, juli 2006)


Van de week was ik in de bioscoop, er draaide een lesbische film - dus zo ongeveer de hele zaal was gevuld met lesbische mensen. Dat neem ik tenminste aan, ik heb het ze uiteraard niet gevraagd. Ik dacht wel te kunnen zien dat ze lesbisch waren, aan hun gedrag naar elkaar toe, en omdat ik het verwachtte. Maar vroeger zou ik het ook aan kleding en uiterlijk hebben kunnen zien. Er waren er nu ook wel een paar waarvan ik het, als ik ze op straat tegen zou komen, ook zou verwachten maar het merendeel van deze mensen zag er heel anders uit dan twintig jaar geleden.

Vroeger, rond de jaren tachtig van de vorige eeuw, bevond ik mij ergens midden in de homo-, vrouwen-, vredes-, krakers- en vegetariërsbeweging. Voor mij was dit alles een vanzelfsprekende combinatie. Immers iedereen moest bevrijd worden en dus was onderlinge solidariteit een gegeven. Tenminste in mijn hoofd was dat zo. En het leek om mij heen ook zo te zijn. Ik voelde mij daar thuis. Het was normaal om als homo links en vegetariër (veganisme was toen nog behoorlijk onbekend) te zijn. Feesten vonden vaak plaats in kraakpanden en er werden regelmatig acties gevoerd. Of die acties nou bedoeld waren tegen de apartheid in Zuid-Afrika, voor gelijke rechten van homo’s of tegen kernwapens maakte niet zoveel uit, je kwam iedereen weer tegen.
Langzaam vond er echter een verandering plaats. Groepen gingen zich splitsen. Iedere groep leek alleen nog maar bereid zich in te zetten voor de eigen (doel)groep. Binnen de homowereld merkte ik dat het weer normaal werd om vlees te gaan eten, een goede baan te zoeken en samen te wonen. Potten gingen zich opmaken. Uiterlijk werd een steeds belangrijker onderwerp.
Nadat eenmaal het homohuwelijk een recht was geworden leek de emancipatie voltooid.
Ik ging me echter steeds eenzamer voelen, wist niet meer waar ik bij hoorde en werd vreemd aangekeken omdat ik ‘bleef hangen in het verleden’. Uiteindelijk heb ik me min of meer helemaal teruggetrokken uit de homowereld.

Hoe kan het dat vrijwel (er zijn uiteraard altijd uitzonderingen) een hele groep verandert van uiterlijk, gedrag en ideeën? Natuurlijk er komen telkens nieuwe mensen in een groep, die hun eigen ideeën meebrengen. Misschien was het vroeger logischer om je af te zetten tegen de maatschappij omdat de lesbische/homo-gemeenschap een min of meer onderdrukte subcultuur was. Of was het vroeger belangrijker om duidelijk te maken dat je bij een bepaalde groep hoorde, om zo met z’n allen sterker te staan?
Maar is dat nu dan niet meer zo? Denken mensen echt dat er geen disciminatie meer voorkomt omdat het homohuwelijk er is? Dat alles nu wel goed geregeld is. En hoe zit het met de solidariteit met anderen? B.v. met de homo’s in andere delen van de wereld die nog wel gedwongen worden ondergronds te gaan, de waarheid te verzwijgen of die in elkaar geslagen worden bij een demonstratie?
Of vergis ik me en ga ik zelf alleen maar af op wat ik zie? Uiterlijk dus.

naar boven

Jonge blaadjes

(Amarant, maart 2006)


Buiten sneeuwt het hevig. En dat terwijl de (meteorologische) lente officieel al begonnen is. Alles is wit, de bomen, de daken en de lucht. Het is koud buiten, er waait een gure wind. In huis is het, als ik opsta, ook nog niet aangenaam, maar dat verandert als ik de kachel aanzet.
Vroeger was dit de tijd dat er de meeste honger werd geleden in onze contreien. Het restant van de oogst van afgelopen jaar dat nog niet opgegeten was, begon te verschrompelen, uit te drogen of uit te lopen. Er was echter nog geen nieuwe oogst, het meeste moest zelfs nog gezaaid worden. Traditioneel is de lente voor veel mensen een goed moment om te vasten, het lichaam te reinigen van de winter. Een soort voorjaarsschoonmaak. Dit stamt nog uit die tijd, al was dit vasten oorspronkelijk dus geen vrije keus maar pure ellende.
Tegenwoordig hebben wij gelukkig altijd de beschikking over allerlei voedingsmiddelen, van overal over de wereld. Maar ik vind het leuk en zinnig om zoveel mogelijk met de seizoenen mee te eten. Al ga ik daar niet zover in dat ik honger ga lijden. Ik heb wel een aantal keer gevast. Maar nooit langer dan een week en altijd vrijwillig.
Het eerste verse voedsel dat na de winter te vinden is, is jong groen. De eerste uitlopers en blaadjes die na de winter te voorschijn komen. De eerste sprietjes die uit de grond komen. Dit jonge, verse, groene spul bevat veel vitaminen, precies wat iemand nodig heeft na die lange, koude, donkere winter. Je vindt van alles in de biowinkel maar nog leuker is het om zelf te kweken of te plukken. Kiemgroenten zijn erg makkelijk, lekker en goedkoop zelf te maken. Binnen een paar dagen klaar, altijd wanneer het jou uitkomt en hoeveel je zelf wilt. Alfalfa en taugé zijn bekenden maar je kan ook bv broccoli, prei en radijs laten kiemen. De zaadjes zijn vaak in biowinkels te koop. De kiemen kan je in de salade eten maar ook op brood. Eet ze het liefst rauw want bij verhitting verdwijnt het merendeel van de vitaminen en de smaak.
De eerste blaadjes van rozenstruik, framboos en aardbei kunnen gebruikt worden om thee van te zetten. Brandnetel is geschikt om thee, soep of stamppot van te maken. Pluk de jonge scheuten, met handschoenen aan. Bij alles wat in het wild geplukt wordt moet gelet worden op de omgeving, niet te dicht in de buurt van een weg en/of andere vervuilende elementen. En niets plukken waarvan je niet zeker weet dat je het kent.
Lekker veel salades maken van sla, raapstelen, tuinkers, zuring, melde, zeekraal, paardebloem. Kruiden met bv bieslook, munt en tuinkers. Kiemen erdoor. Neem van alles wat je lekker vindt. Olijfolie en citroensap erover. Of maak een iets ingewikkelder slasaus van sojamelk, citroensap, olijfolie, knoflook en (veel) verse kruiden. Alles mengen met de staafmixer en een uurtje laten staan in de koelkast. Neem gelijke hoeveelheden sojamelk en olie. Citroensap is nodig om de olie en vloeistof te mengen. (Emulgeren)
Smullen maar.

naar boven

Keukenmeidenverdriet

(Amarant, november 2005)


Dat is wat ik voel bij de gedachte dat er zoveel groenten zijn die van oorsprong in onze omgeving voorkomen maar nu niet of nauwelijks nog geteeld worden. Ik vind het jammer dat er maar een beperkt aantal soorten groenten in de winkel ligt. Bovendien liggen overal dezelfde soorten. Boontjes, bloemkool, wortel en nog een stuk of vijf. Ik houd van afwisseling en ik vind het leuk en spannend om nieuwe, onbekende groenten te ontdekken. Sinds kort weet ik dat er meer dan drieduizend soorten eetbare gewassen zijn op de wereld. Waarom kennen wij er dan nog maar zo weinig?
Het is waarschijnlijk goedkoper en makkelijker om één gewas op een zo groot mogelijk stuk grond te verbouwen dan om veel verschillende gewassen op een even groot stuk grond te telen. Dat laatste is arbeidsintensiever en daardoor duurder. Helaas is de vraag naar wat iets oplevert tegenwoordig voor de meeste mensen een belangrijkere dan de vraag wat mensen het liefst zouden willen eten. Terwijl het ook nog eens gezonder is om veel verschillende dingen te eten. Nederlanders zijn over het algemeen niet bereid om al te veel geld voor voeding neer te leggen. Ik geloof dat wij in Europa het land zijn dat per hoofd van de bevolking zo ongeveer het minste uitgeeft aan voeding. Terwijl dat toch een basisvoorwaarde is om te leven. Er wordt wel veel geld uitgegeven aan de ontwikkeling van er steeds mooier uitziende groenten. O.a. via genetische manipulatie. De smaak is daarbij ondergeschikt aan het uiterlijk.
De bijna en helemaal vergeten groenten waren nog niet zo lang geleden het dagelijks voedsel voor de meeste inwoners van Nederland en omstreken. Niet duur en makkelijk te krijgen of zelf te verbouwen. Nu zijn ze zeldzaam geworden. Dit is overigens niet alleen de schuld van producenten. Ook consumenten zijn vaak te lui om zich in iets nieuws te verdiepen en te happig op goedkoop en liefst zo glimmend mogelijk spul.
Niet alles is trouwens zeldzaam geworden. Het wordt alleen niet meer verkocht omdat het als onkruid beschouwd wordt. Als je een eigen tuin hebt zal je ze wel kennen. Brandnetel, melde, paardebloem (molsla), zuring en muur zijn een paar voorbeelden.
Behalve een gevoel is keukenmeidenverdriet ook een bijnaam voor een van deze bijna vergeten groenten. Namelijk de schorseneer. Ook wel armeluisasperge genoemd. Vroeger dus een goedkope groente maar tegenwoordig een schaars en daardoor betrekkelijk duur product. Net als de overige bijna vergeten soorten vrijwel uitsluitend in de natuurvoedingswinkels te vinden.
Schorseneren zijn zwarte, ongeveer twintig centimeter lange wortels. Ze zijn op dezelfde manier te eten als asperges.
De reden van deze bijnaam is dat als je ze schilt je vingers zwart en plakkerig worden. Om dit tegen te gaan kan je ze het beste eerst vijf minuten koken, daarna pas schillen, in stukken snijden, en ze dan nog eens ongeveer een kwartier koken. Wat ook kan is ze onder een stromende kraan schillen.

naar boven

Emoties versus gevoelens

(Amarant, juli 2005)


Vegetariërs en veganisten wordt vaak verweten dat ze emotioneel zouden zijn. Om vegetariër of veganist te worden zijn emoties echter niet voldoende. Veel mensen besluiten geen of minder vlees te eten na het zien van ruimingen van dieren tijdens de varkenspest, gekkekoeienziekte of andere weerzinwekkende toestanden die samengaan met de vlees- en zuivelindustrie. Omdat ze emotioneel worden bij het zien van dit leed. De meeste ellende (slachtingen, onverdoofd knippen van staarten, snavels en geslachtsorganen) speelt zich echter af buiten het zicht van het publiek. In slachthuizen en andere, op het oog klinische, steriele plekken. Emoties verdwijnen als ze niet meer gevoed worden. En dus ook de acties die voortvloeien uit die emoties.
Om echt vegetariër of veganist te zijn is meer nodig dan een toevallig opgewekte emotie. Een overtuiging, een gevoel. Gevoelens en overtuigingen kunnen wel voortkomen uit emoties maar ze zijn sterker. Ze zitten dieper en zijn standvastiger. De overtuiging bv. dat dieren er niet zijn voor ons plezier. Dat ze er niet zijn om gevangen te zitten, gemarteld en/of gedood te worden zodat wij een lekker hapje kunnen eten of een bontjas kunnen dragen. Of de overtuiging dat het veel beter voor natuur en milieu (en dus ook voor mensen) is als er minder of geen vlees gegeten zou worden. (Vlees eten zorgt onder andere voor ontbossing omdat er veel ruimte nodig is om veevoer te verbouwen, en voor het dunner worden van de ozonlaag door het mestoverschot. Er zijn nog veel meer nadelige gevolgen voor het milieu verbonden aan vlees- en zuivelproductie. Maar dat past allemaal niet in dit stukje.)

Gevoelens en overtuigingen zijn voor sommige mensen sterk genoeg om verleidingen, honger, verslavingen en dergelijke te weerstaan. Er zijn echter maar weinig mensen die in een keer omschakelen op een andere voedings/leefwijze zonder af en toe terug te vallen. Maar als je motivatie sterk genoeg is zal je het blijven proberen, ook als het moeilijker blijkt te zijn dan je dacht. Gewoon omdat je weet dat dit het beste is wat je kan doen.
Eén manier om het makkelijker te maken is om te zorgen dat je lekker eet. Verdiep je in de mogelijkheden van groenten, fruit, peulvruchten, noten en andere plantaardige voedingsmiddelen. Experimenteer. Er is veel meer mogelijk dan je misschien denkt. Zoek uit wat jij lekker vindt en geniet daarvan.

Bulghursalade

Ingrediënten:
Bulghur, Bouillon, Komkommer, Bosui,
Rode paprika, Tomaat, Bleekselderij, Olijven,
Verse muntblaadjes, Olijfolie, Knoflook, Bonenkruid,
Bieslook, Kruidenzout

Bereiding
De bulghur ongeveer 20 minuten koken in 2 keer zoveel water plus bouillon. Af laten koelen.
Alle andere ingrediënten behalve de olijfolie, het zout, de kruiden en knoflook in kleine of niet zo kleine stukken snijden. Naar je eigen smaak en idee.
De olijfolie mengen met de geperste knoflook, de kruiden en het zout.
Alles door elkaar mengen en ongeveer een uur op kamertemperatuur laten staan om alle smaken in het graan te laten trekken.

naar boven

‘Wat eten jullie nou eigenlijk?’

(Amarant, maart 2005)


Dit is een vraag die je als veganist in allerlei varianten altijd op een gegeven moment naar je hoofd geslingerd krijgt. Dit kan op een vriendelijke toon gezegd worden. Maar al te vaak echter wordt deze vraag gesteld vanuit een mengeling van ongeloof, onbegrip en afkeer.
- Ongeloof, omdat mensen geen idee hebben wat veganistische voeding inhoudt en wat er mis zou kunnen zijn met het consumeren van vlees, zuivel en andere dierlijke producten. En dus geen idee hebben waarom je deze dingen niet eet.
- Onbegrip, omdat men denkt dat je als veganist wel een heel zwaar leven moet hebben, en waarom zou je dat in hemelsnaam jezelf aandoen?
- Afkeer, omdat men denkt dat je als veganist helemaal nooit eens iets lekkers kan eten. Of omdat men het gewoon grote onzin vindt.
Voor alle lezers die niet op de hoogte maar wel nieuwsgierig zijn, hier een openbaring: veganistisch eten kan heel erg lekker zijn. Veganisten zijn heel vaak smulpapen die genieten van elke maaltijd die ze eten. Omdat er zoveel is wat je als veganist kan eten. En bovendien is het zo dat veel veganisten, ikzelf in ieder geval, alleen al blij worden bij het idee om een maaltijd te eten waar geen dieren voor geslacht en/of gemarteld zijn.
Als veganist eet je alleen dingen die plantaardig zijn, maar dat zijn er veel meer dan de meeste mensen denken. Je kan alle plantaardige voedingsmiddelen verdelen in een aantal categorieën. Je hebt natuurlijk groente en fruit , vers en gedroogd zoals bv. zongedroogde tomaatjes, dadels, vijgen, abrikozen en rozijnen. Maar daarnaast zijn er ook nog de noten en zaden, paddestoelen, zeewieren, de granen en peulvruchten. En kruiden.
Van al deze ingrediënten zijn talloze producten te maken. Van granen kan je o.a. brood, pasta, pizza’s, crackers, koekjes, pannenkoeken en pap maken.
Van peulvruchten en dan met name sojabonen zijn tegenwoordig legio producten, die als vervanging voor zuivelproducten kunnen dienen, te koop. Je kan sojamelk, -vla, -room, -koffiemelk en diverse soorten sojakaas krijgen. De meeste keus heb je in de natuurvoedingswinkels.
Ook vleesvervangers zijn tegenwoordig in allerlei smaken, geheel plantaardig, te krijgen.

Linzenschotel

Ingrediënten:
Dupuislinzen gekookt en uitgelekt
Ui
Wortel
Bleekselderij
Knoflook
Gedroogde tomaten in olie
Korianderpoeder
Paprika
Bouillonblokje (plantaardig)

Bereiding:
De dupuislinzen ongeveer 25 minuten koken met een bouillonblokje. Proeven of ze gaar zijn. Daarna eventueel uit laten lekken.
In een andere pan de olie van de gedroogde tomaten langzaam verhitten. Ui en knoflook kleingesneden toevoegen. Doorroeren en zorgen dat de knoflook niet verbrandt. Daarna de bleekselderij en paprika meebakken. Koriander toevoegen.
De zongedroogde tomaatjes in vieren gesneden erdoor en op het laatst de linzen erbij. Goed warm laten worden.
Lekker hierbij is een salade en vers brood.

naar boven




Jong blijven

Individualisme

Een niet zo heel blije column

Ellen

Vrouwelijk

Schaamte

Weet niet/geen mening

Shoppen in Engeland

Vroeger

Jonge blaadjes

Keukenmeidenverdriet

Emoties versus gevoelens

‘Wat eten jullie nou eigenlijk?’
webdesign: Mirjam Vaes